Route 18 – Oorlog in Tilburg, Oisterwijk, Moergestel, Berkel-Enschot en Udenhout

Route 18 – Oorlog in Tilburg, Oisterwijk, Moergestel, Berkel-Enschot en Udenhout
Zaterdag 29 augustus 2020
Afgelegd: 73 kilometer
Totaal: 1063 van 1000 kilometer (mission accomplished!)
Eerdere blogs van dit project op een rijtje: klik hier

Zaterdag 29 augustus. Er zou veel regen vallen en ik stond op het punt om thuis te blijven, maar plotseling leek het allemaal mee te gaan vallen. Fiets in de auto: op naar Oisterwijk. Ik fiets deze laatste route van mijn project met Willem Schilders, mijn collega toen ik op het hoofdkantoor van Kwantum in Tilburg werkte. Hij woont in Oisterwijk en kent de omgeving goed; daarnaast is hij ook geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog en heeft hij verschillende tips die ik online nergens terugvond. Dit gaat een mooie dag worden.

Ik hoef nog maar 37 kilometer om tot de 1.000 te komen: dat was natuurlijk mijn doel voor deze twee zomermaanden. Ik schat dat het er vandaag een stuk of 50 gaan worden, uiteindelijk kwamen er 73 bij op de teller. We zijn in Oisterwijk begonnen en gingen via Berkel-Enschot en Udenhout naar Tilburg. Daar hadden we een lange lijst af te werken en hoe verder we kwamen, hoe blauwer de lucht werd. Gezegende fietsers. We waren aan het fotograferen in het Vrijheidspark toen ik erachter kwam dat ik op dat moment precies 1.000 kilometer had afgelegd; Willem maakte een mooie foto van het heuglijke moment. Na de grote stad werden we weer ondergedompeld in de natuur, in een van de mooiste regio’s van het land: Natuurmonumenten is hier niet voor niets aanwezig en Oisterwijk kwam deze week niet voor niets in ANWB’s top 5 van mooiste dorpen van het land. Via Moergestel reden we de bossen in voor nog een grande finale; daarover straks meer.

Tilburg, Oisterwijk, Moergestel, Udenhout en Berkel-Enschot. Here we go.

Oisterwijk

Toen ik enkele weken geleden naar Bergen op Zoom reed, zag ik een prachtig stukje natuur bij het ESSO-tankstation bij Best. De heide in bloei, met een sluier van ochtendnevel. Nu rijd ik er opnieuw langs en besluit ik te stoppen voor een foto. Helaas geen ochtendnevel dit keer, maar het plaatje is mooi en het begin van de dag is goed. Op naar Oisterwijk.

We beginnen vandaag in de Verzetsheldenbuurt van Oisterwijk: alle straatnamen zijn postume eerbetonen aan gesneuvelde helden. Ik fotografeer er een paar; hun namen komen straks een voor een aan de beurt. Wim van Baast, Bim van der Klei, Boy Ecury, de gebroeders Schut: wat ontzettend goed dat ze op deze manier niet vergeten worden. Op het Bevrijdingsplein het Verzetsmonument, een monument voor de verzetsstrijders Bernard en Hein Schut, die op 6 en 7 oktober 1944 om het leven kwamen. Ik eindig vandaag de fietstocht met hun tragische verhaal; wie niet kan wachten scrolt door naar het hoofdstukje Balsvoort.

Door naar de Sint-Petruskerk, werk van architect Pierre Cuypers, die van het Rijksmuseum en het NS-station in Amsterdam. In oktober 1944 werd de toren door oorlogsgeweld beschadigd en beneden zijn er nog enorm veel kogelgaten te vinden in de gevel. Natuurlijk bezoeken we de begraafplaats achter de kerk. Op een rij staan hier de graven van Britse oorlogsslachtoffers. Er is ook een gezamenlijk graf van negen burgers die omkwamen bij de bevrijding van Oisterwijk, op 26 oktober 1944. Dat blijft dramatisch: de oorlog overleven en dan tijdens de bevrijding dodelijk gewond raken.

We fietsen voorbij het NS-station van Oisterwijk. Van een eerder bezoek had ik onthouden hoe mooi ik het vond. Het pand is van 1865; in de meeste andere steden hebben ze in de twintigste eeuw soortgelijke stationsgebouwen vervangen door gedrochten. Op Spoorlaan 72 fotografeer ik het winkelpand van een witgoedspecialist. Ooit zat hier het bruine café De Oude Vos, van kasteleinsvrouw Bet Vos. Ze speelde een belangrijke rol in het ontstaan en het verloop van het verzet in Oisterwijk. Het café werd in de oorlogsjaren het onderkomen voor onderduikers. Na een Duitse doorzoeking in september 1944, waarbij niets gevonden werd, verhuisden de schuilers naar Balsvoort (zie opnieuw laatste hoofdstukje in deze blog). Het was een heftige maand: bij de ontploffing van de munitietrein op 16 september, waarover zo meer, raakte het cafépand zwaar beschadigd. Bet Vos en haar man Bart overleefden de oorlog; zij overleed in 1988. Hier een korte film over haar verzetswerk. In deze blog zal ik vaker verwijzen naar de films van Oisterwijk in Beeld: wat een goed werk verrichten deze mensen.

Ook Bim van der Klei overleefde de oorlog. Hij was een verzetsman in hart en nieren; hij werd de leider van de Oisterwijkse Raad van Verzet en was als zodanig verbonden met de landelijke Raad van Verzet. Ik las voor mijn fietstocht zijn biografie op deze pagina (bekijk ook de film!) en fotografeerde de volgende dag zijn straatnaambord in de verzetsheldenbuurt: wat een moed moeten dit soort mensen gehad hebben. Van der Klei overleed pas in 1997; hij woonde toen al enige tijd in mijn geboortedorp, Geldrop.

Oisterwijk kreeg op 16 september 1944 een schokkende ervaring te verwerken: de ontploffing van een Duitse munitietrein. De trein werd door zeven Britse Typhoons gebombardeerd, onderdelen ervan werden later honderden meters verderop gevonden. Bijna geen dakpan en ruit in de nabijheid van het spoorwegemplacement bleef heel. Vijftien mensen raakten gewond door de explosie, twee nabijgelegen boerderijen, een schoenfabriek en een drukkerij waren onherstelbaar vernield. Bekijk hier een film van de schade. Het Monument Munitietrein, op de hoek van de Spoorlaan en de Joannes Lenartzstraat, is samengesteld uit de stalen en ijzeren brokstukken van de getroffen trein. Het kunstwerk van Nicolas Müller Jabusch werd onthuld in 1989.

Op de begraafplaats van de Johannes-parochie is één Nederlands oorlogsgraf. Het betreft het graf van verzetsheld Wim van Baast, we krijgen het snel gevonden met de hulp van een foto op internet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten er onderduikers van allerlei pluimage op zijn boerderij, waaronder geallieerde piloten. Op 23 september 1944, de zevende dag van operatie Market Garden, werd een Dakota-transporttoestel getroffen door Duits afweergeschut. Aan boord waren vijf Amerikanen en bij de noodlanding, vlakbij de boerderij van Wim van Baast, raakte een ervan gewond. Buurtbewoners kwamen snel kijken of ze konden helpen, ook Wim was erbij. Plots verscheen er een groep Wehrmacht-soldaten die direct het vuur openden. De gewonde Amerikaan werd dodelijk getroffen, maar ook Wim werd geraakt. Hij bezweek diezelfde dag nog aan zijn verwondingen. Wim werd 43 jaar; hij liet een vrouwen zes kinderen achter. Hier een korte film over zijn leven.

Natuurlijk stoppen we even bij het monument Gevleugelde Vrijheid, gelegen naast het gemeentehuis, aan de Gemullehoekenweg. Er staat een standbeeld waarin een slang, een bekken, handen en de vleugels van een vogel zijn verwerkt. Jaarlijks wordt er op 4 mei op deze plek door de gemeente een herdenking georganiseerd. Ik bekijk de plaquettes op muurtjes achter het beeld. Er staan veel namen op; gesneuvelde medeburgers, Joodse gedeporteerde slachtoffers uit het dorp, militairen uit Oisterwijk die de bevrijding nooit meemaakten en geallieerden die in deze omgeving werden gedood. Ook staat de gemeente hier stil bij de slachtoffers van oorlogsgeweld in Nederlands-Indië en in Libanon (1983). De tekst op de sokkel bij de sculptuur: In Vrede Leven – Gelukkig Leven.

Oisterwijk, geen heel groot dorp, wel een enorme oorlogsgeschiedenis. Het aantal namen bij laatstgenoemd monument is helaas groot, maar groot was ook het aantal verzetshelden en de inspanningen die werden verricht om mensen uit de handen van de Duitsers te houden. Ik kom tegen het eind van deze blog terug op enkele slachtoffers wiens verhalen echt indruk op mij maakten: Boy Ecury en de gebroeders Schut.

In het boek van Brabant Remembers las ik overigens een bijzonder verhaal uit Oisterwijk. Voetbalclub PAZO, inmiddels allang opgeslokt door diverse fusies, verloor enkele dag voor de Duitse inval met 0-8 van Tilburgse concurrenten. Tot een revanche kwam het niet meer, acht dagen na de teleurstelling brak de oorlog uit. In het elftal speelden twee boezemvrienden: de Duitse Alfred Wolter en de Nederlander Koos Diepens. Hun vriendschap bleef bestaan, ook al liepen hun levens behoorlijk uiteen onder het Duitse bewind. Koos werd met zijn broer in Duitsland tewerkgesteld. Hun werk is zwaar en als ze na een verlof niet terugkeren, worden ze gearresteerd en verplicht tot zes weken strafarbeid in Amersfoort. Ze keren erna terug naar Duisburg, waar ze het einde van de oorlog meemaken. Zij overleefden de oorlog – zij wel. Alfred werd als Duitser verplicht om zich te melden bij de Wehrmacht. In Leningrad loopt hij rug- en beenletsel op en na een kort verblijf in Oisterwijk moet hij terug naar het Oostfront. Niemand heeft hem daarna ooit nog gezien. Vriend Koos heeft nooit meer gevoetbald. De Duitse soldaten, ik schreef het eerder, waren vaak ook maar gewoon jonge mannen die de oorlog in werden gestuurd.

Via de prachtige laan De Lind, in het centrum van het dorp, rijden we westwaarts. We rijden door buurtschap Heukelom en passeren dan een tunnel onder de A65. Onze volgende bestemming is het dorp Berkel-Enschot, onderdeel van de gemeente Tilburg.

Berkel-Enschot

In het dorp Berkel-Enschot beginnen we bij de Oude Toren van de Sint-Michielskerk, een bouwwerk uit de vijftiende eeuw. De kerk was al in de achttiende eeuw zwaar vervallen, de toren bleef bewaard. De deur is open en daar ben ik blij mee: ik wil graag even binnen kijken. Online las ik namelijk dat de toren nu in gebruik is als herdenkingskapel. Er zijn gebrandschilderde ramen en een plaquette aangebracht ter nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Er is ook een plaquette ter nagedachtenis aan Tom Krist, een militair die in 2007 sneuvelde in Afghanistan. Die laatste vind ik indrukwekkend: oorlog is niet alleen iets uit grootmoeders tijd. Eén naam op een groot en verder leeg bord: alsof er ruimte is vrijgehouden voor verdriet dat nog moet plaatsvinden. Op het bord ernaast, met namen van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, diverse leden van de familie Löb. Daar kom ik op terug in het volgende verhaal.

We fietsen binnen een paar minuten naar trappistinnenklooster Koningsoord. Aangrijpend verhaal. Het gezin Löb heeft zeven kinderen. Pa en ma waren vroeger Joods, nu zijn ze een devoot katholiek gezien. Zes van de zeven kinderen trekken vanaf 1926 één voor één het klooster in. De drie broers George, Ernst en Rob gaan naar abdij Koningshoeven in Berkel-Enschot: ik was er vorig jaar nog als bezoeker van het La Trappe-proeflokaal van de trappisten. De drie broers traden in als Pater Ignatius, Pater Nivardus en Broeder Linus. De zusjes Door, Lien en Wies gingen naar het nabijgelegen trappistinnenklooster Koningsoord, als Zuster Maria-Theresia, Zuster Hedwigis en Zuster Veronica. Broer Hans begon buiten het klooster een carrière als machinetekenaar en elektrotechnicus. Als in augustus 1942 de aartsbisschop een protest uitspreekt tegen de deportatie van Joden, zijn de Duitsers woedend. Overal worden Joodse katholieken opgepakt. In Berkel-Enschot komen vijf van de zes gezinsleden Löb in hetzelfde politiebusje terecht; alleen de onvindbare Zuster Veronica ontspringt de dans. De sfeer in de bus is gek genoeg uitgelaten: de broers hebben hun zussen al bijna veertien jaar niet gezien. Hemelsbreed leefden ze maar vijf kilometer van elkaar vandaan, maar zo’n klooster is natuurlijk een wereld op zichzelf. Een SS’er zou hebben gemompeld: “Het lijkt wel of jullie een feestje vieren.” De hele groep werd overgebracht naar Amersfoort, Westerbork en ten slotte Auschwitz. Nog dat jaar, 1942, werden ze allemaal vergast. Tragisch: Zuster Veronica stierf uitgeput door tbc op 1 augustus 1944 in haar eigen klooster, drie maanden voor de bevrijding. En broer Hans, de enige die buiten het klooster een leven opbouwde? Ook hij was als Joodse burger niet veilig. Hij dook onder maar werd gepakt. Hij overleed in Buchenwald. Zeven broers en zussen; niemand overleefde de oorlog.

We kijken even rond bij trappistinnenklooster Koningsoord; na onze fietstocht in Tilburg komen we ook nog even langs de abdij Koningshoeven. Maar zover is het nu nog niet: we fietsen naar de begraafplaats St. Willibrordus aan de Dom S Dubuissonstraat. Hier bezoeken we het graf van kapelaan Wilhelmus Denissen. Hij kwam enkele weken na de bevrijding, op 30 november 1944, in Goirle om het leven toen hij op een Duitse landmijn stapte. Op deze begraafplaats ligt ook zijn broer, sergeant Adrianus Denissen – we krijgen het graf helaas niet gevonden. De militair raakte op 11 mei 1940 gewond in Alblasserdam en overleed een dag later in het ziekenhuis van Gorinchem. Stel je voor: als ouder verlies je een zoon in de oorlog, dan volgt de bevrijding. Alsof er al niet genoeg leed was, raak je dan ook nog je andere zoon kwijt. Afschuwelijk. We lopen op deze begraafplaats natuurlijk ook even naar het graf van Tom Krist, de 24-jarige militair die omkwam in Afghanistan. Ik las online ergens, dat Berkel-Enschot 75 jaar na de bevrijding niet alleen slachtoffers van de Tweede Oorlog herdacht, maar ook deze Tom Krist. Bijzonder. Op zijn grafsteen: Splijt een stuk hout en ik ben er – Pak een steen en ik zal er zijn.

Via buurtschap Heuveltje en de Zeshoevenstraat langs het spoor, rijden we door naar Udenhout.

Udenhout

In het dorpje Udenhout hebben we maar één bestemming. Op het kerkhof bij de Sint-Lambertuskerk liggen de graven van drie Britse soldaten: we zien de drie stenen vrijwel direct bij binnenkomst al naast elkaar staan. Het is even wat langer zoeken naar het graf van het Nederlandse oorlogsslachtoffer, maar ook deze krijgen we gevonden. Het betreft het graf van verzetsstrijder Willem van de Voort. Hij was bedrijfsleider van de houtzagerij aan de Kreitenmolenstraat te Udenhout, een bedrijf van de gebroeders Jan en Janus Appels uit Tilburg. Janus was het hoofd van het regionaal ondergronds verzet. In zijn bedrijf had hij een geheime opslag van wapens en munitie. Dat lekte uit. Op zondag 24 september 1944 werden Jan en Janus Appels én Willem van de Voort door de Duitsers opgepakt. Ze werden diezelfde dag nog gefusilleerd op het terrein van de Willem II-kazerne in Tilburg. Duitse getuigen verklaarden na de oorlog dat ze gedwongen werden zelf hun graf te delven, waarna ze van achteren met een mitrailleur werden gefusilleerd. Willem van de Voort werd 51 jaar oud.

Udenhout kent sinds 2005 een oorlogsmonument aan de Oude Bosschelaan; het ligt voor ons vandaag net te ver van de route, aan de zuidkant van Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Het is opgericht ter nagedachtenis aan veertien verzetsstrijders die hoorden bij drie verschillende verzetsgroepen: een Tilburgse (zes man), een Groningse (drie man) en een groep uit Tholen en Bergen op Zoom (vijf man). Op 26 mei 1944 werden ze allemaal hier in de duinen gefusilleerd door de Duitsers. Hun lichamen zijn nooit teruggevonden. Triest: in 2013 werd de bronzen schaal van het monument gestolen. Bij sommige mensen ontbreekt ieder greintje van moreel besef. Gelukkig werd een vervangend exemplaar teruggeplaatst. Naast de schaal vier zwerfkeien: ze staan symbool voor de lichamen die nooit zijn gevonden.

Er zijn horecagelegenheden in de directe omgeving van de begraafplaats in Udenhout; er klinkt een lekker deuntje, ook al is het pas half elf in de ochtend. Voor ons is het nu tijd om via de Molenhoefstraat en het Riddershofpad richting Tilburg te fietsen.

Tilburg: Oud-Noord

We fietsen langs het Quirijnstokpark en komen zo Tilburg binnen. Via de hefbrug Lijnsheike fietsen we over het Wilhelminakanaal. Ons eerste doel in Tilburg: ’t Goirke, een oud stadsdeel.

Al in de meidagen van 1940 werd Tilburg doelwit van Duitse bombardementen, waarbij veertien doden vielen. Achttien Tilburgse militairen sneuvelden bij de verdediging tegen de Duitse aanval, waarbij de brug over het Wilhelminakanaal (Bosscheweg) werd opgeblazen door het Nederlandse leger. Toen brak de bezetting aan. Mensen brachten zo onopvallend mogelijk het dagelijkse leven door of kwamen in verzet, voor anderen was er het ongelofelijke leed van de vervolging. Van de Joodse gemeenschap van 400 mensen werden er in totaal 130 vermoord – een relatief klein aantal, gezien het gemiddelde van 75% voor heel Nederland. De strijd om de bevrijding van Tilburg duurde van 14 tot 27 oktober 1944 en kostte 54 burgers het leven. Ook Nederlandse militairen hebben flink gestreden die dagen. De Prinses Irene Brigade vocht als een leeuw tegen de bezetter, het aantal gewonden bij de brigade was relatief driemaal zo hoog als bij hun Schotse wapenbroeders. Na de bevrijding van Tilburg, met daarbij de feestelijke intocht van de geallieerden, was het leed nog niet voorbij. Op 17 januari 1945 kwamen door Duitse granaten twaalf Tilburgers om het leven en op 1 en 2 februari 1945 vielen er onbemande straalvliegtuigen op de stad, zogeheten V1’s. Hier vielen nog eens 44 slachtoffers.

Naast de Goirkese Kerk bezoeken we misschien wel de mooiste begraafplaats die ik deze maanden zag. Prachtige treurwilgen domineren het beeld, aan mooie lanen staan oude grafzerken van onder meer verschillende lokale industriëlen. Bij de zojuist genoemde crash van de V1, op 1 februari 1945, kwamen 22 mensen uit deze parochie om het leven. Het gebeurde bij de Minister Talmastraat, een straat in deze wij die inmiddels niet meer bestaat. Alle originele graven zijn geruimd, er stond nog één grafzerk op een verloren hoekje en de tekst op de grafsteen was niet meer leesbaar. Ik ben ernaar op zoek en spreek een beheerder aan, een oudere man: hij vertelt dat hij om de hoek geboren werd in 1943. Heel vriendelijk laat hij me achter een poort de restanten zien van heel wat geruimde graven. Tussen de stenen ligt sinds kort ook de allerlaatste grafsteen van het drama van 1 februari 1945. Zelf snapt de beheerder ook niet goed waarom hij zo nodig moest sneuvelen; ik vind het ook jammer. Wel staat er sinds kort een nieuw monument, met hierop de 22 namen en hun geboortejaren. Onder meer een baby en een 11-jarig meisje kwamen om het leven. Nooit vergeten, lees ik op de steen.

Midden op de begraafplaats staat het mooie graf van Adrianus Maria Horvers, een Nederlandse militair die sneuvelde op 10 of 11 mei 1940. Hij kwam om bij de gevechten in de Peel-linie, vlakbij het dorp Mill. De beheerder loopt vervolgens mee naar het graf van Maria van Dijk-Somers, geboren in 1911 en volgens de mooie steen door een noodlottig ongeval overleden op 15 september 1944. De beheerder vertelt me dat Maria vlakbij met haar kind in de armen in de deuropening stond van hun huis aan de Kasteeldreef, toen de nabijgelegen brug over het Wilhelminakanaal door de Duitsers werd opgeblazen om het de geallieerden lastig te maken. Het was ongeveer kwart voor acht in de avond. Een stuk beton suisde door de lucht en trof mevrouw Van Dijk tegen het hoofd. Ze was op slag dood, 33 jaar. Volgens de beheerder komt het kindje van toen nu nog regelmatig op de begraafplaats. Maria is niet vergeten.

Niet ver hiervandaan ligt de wijk Hasselt en ook hier bezoeken we de begraafplaats, gelegen naast een voormalige kerk waarin nu een wijkcentrum gevestigd is. Er staat een monument voor twaalf stadsgenoten die omkwamen op 17 januari 1945. De Duitsers vuurden twee granaten af, drie maanden ná de bevrijding, die neerkwamen in de Hasseltstraat, vlakbij de begraafplaats. De eerste granaat zorgde voor twee gewonden, de tweede explodeerde tussen een groep mensen waarbij twaalf doden vielen. Deze getroffenen werden gezamenlijk begraven.

Tilburg: Centrum

Op naar het centrum van de stad, een kilometer of twee fietsen. Mijn gezelschap staat erop dat we een rondje maken door het Spoorpark, 7,5 hectare groot, middenin het centrum. Het zonnetje breekt door en het is druk hier: wat gaaf dat ze hier van een verwaarloosd spoor- en industriegebied zoiets moois gemaakt hebben.

We navigeren vervolgens op het adres Boomstraat 81. Op de gevel van het vroegere patronaatsgebouw alhier, is in opdracht van de buurtbewoners in 1941 een monument geplaatst. Het betreft een gevelsteen met een reliëf van Maria met kind. De mensen hoopten op deze manier goddelijke bescherming te verkrijgen tegen de gevaren van oorlog. Na het nemen van de foto gaan we eerst een kilometer of vier over de Bredaseweg naar het westen, weg van het centrum. Daarbij passeren we overigens de fraaie watertoren uit 1897. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren door de Duitsers gebruikt als uitkijktoren. In 1944 hebben de Duitsers tevergeefs geprobeerd de toren op te blazen. Meer dan een geringe restauratie was na de oorlog niet nodig.

Vlakbij Tilburg University zijn twee begraafplaatsen: de Britse militaire begraafplaats en de Joodse begraafplaats. Ik besluit de eerste niet te bezoeken; eigenlijk ligt deze hoek van Tilburg sowieso wat ver van de route, maar een Joodse begraafplaats zag ik nog niet eerder deze zomer. En dus fietsen we toch naar de plek waar de Bredaseweg en de Baroniebaan samenkomen. Op de Joodse begraafplaats van Tilburg bevinden zich 143 graven, mooi gelegen tussen de bomen. We kunnen helaas niet dichtbij komen om grafteksten te lezen: de poort zit op slot. De foto’s zijn dus helaas gemaakt van een afstandje.

Coba Pulskens: een heldin van de stad Tilburg. Via de straat die haar naam draagt, rijden we naar de Diepenstraat. In aanwezigheid van honderden mensen onthulde het stadsbestuur in 1947 een gedenksteen bij Coba’s huis. Nu staan er modernere woningen, maar de gedenksteen is hier nog steeds te vinden in de gevel op de hoek. Het is april 1942. Broer Nico vraagt aan de vrijgezelle Coba of ze Joden in huis wil nemen. Coba gaat akkoord. Zo verandert haar huisje in een onderduikadres. Joden, verzetsmensen en geallieerde piloten vinden er een schuilplek. In 1943 gaat het mis. Verraders infiltreren in een Limburgse verzetsgroep waarvan enkele leden bij Coba ondergedoken hebben gezeten. Vervolgens lokken ze geallieerde piloten en anderen naar de woning; zo worden ze in de val gelokt. Een overvalcommando van de Sicherheitspolizei dringt op 9 juli het huis binnen en executeert ter plekke drie aanwezige piloten: een Australiër, een Canadees en een Engelsman. Coba moet een laken halen om de lijken af te dekken, maar ze keert moedig terug met de Nederlandse vlag. Ze moet vervolgens mee en zal haar huis nooit meer terugzien. In februari 1945 wordt ze in Ravensbrück vergast, ruim zevenhonderdtwintig kilometer van haar geliefde Tilburg. Volgens overlevenden had de verzetsvrouw vrijwillig de plaats ingenomen van een moeder met kinderen, in de hoop daardoor hun levens te redden. Ze werd 60 jaar en ontving later postuum de Amerikaanse Medal of Freedom. In Tilburg is ze nog altijd hét symbool van het verzet tegen de Duitse onderdrukker. En die bijzondere vlag? Hij is er nog steeds.

Terug naar de Bredaseweg, om daarna via de Schouwburgring bij het unieke Vrijheidspark Tilburg aan te komen. Uniek ja, want naar deze centrale plek in de stad zijn in 2017 diverse monumenten verhuisd. De Tilburgse dodenherdenking vond voorheen plaats op verschillende locaties en momenten, vanaf 2017 wordt er een gezamenlijke ceremonie gehouden in dit mooie park. Ik tel zes herdenkingsmonumenten.

  • Het Holocaust-monument, onthuld in mei 2020 en opgericht ter nagedachtenis aan 172 Tilburgse slachtoffers van de Holocaust. Ik zie een boom die symbool staat voor al wat groeit en bloeit, met eronder een subtiel weefsel van het stratenpatroon van de stad Tilburg rond 1940.
  • Het monument De Doedelzakspeler, voor de 15th Scottish Division. Aan de bevrijding van Tilburg namen legeronderdelen uit verschillende landen deel, maar de Schotten speelden een prominente rol. Het beeld stond voorheen op de Katterug, bij het Stadhuis.
  • Het monument Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene. Het monument is in 1955 door Prinses Irene onthuld op de historische plaats waar bewoners en bevrijders het eerste persoonlijke contact hadden. Zeer tegen de wil van de bevolking is het monument in 1977 door de gemeente verplaatst naar het Stadhuisplein, nu staat het hier in het Vredespark.
  • Het Indië-monument, voor zestig Tilburgse soldaten die omkwamen in Nederlands-Indië. Het stond voorheen op de Gerard van Swietenstraat.
  • Een plaquette ter herinnering aan het bombardement op 10 mei 1940. Een bom kwam neer in de Noordstraat, 14 mensen vonden de dood. Hieronder waren zeven kinderen die tussen de zes en dertien jaar oud waren. Het gebroken glas is krachtig, maar ook de tekst eronder: Venster naar het verleden – Spiegel van het heden.
  • Een zwerfkei, die voorheen lag op de Coba Pulskenslaan. Het is een steen ter nagedachtenis aan de verzetsstrijdster Coba Pulskens en aan drie geallieerde piloten die op 9 juli 1944 in haar huis door de bezetter werden gearresteerd en gefusilleerd. In de steen zijn de namen van de drie slachtoffers gegraveerd: Roy Edward Carter, Jacques Stewart Nott en Ronald Arthur Walker.

In het Vrijheidspark moet in 2021 een zevende monument komen, ter nagedachtenis aan het Nederlandse slavernijverleden.

Ik check de app op mijn smartphone die mijn route bijhoudt. Heel toevallig hebben we nu precies 37 kilometer afgelegd: ik ben op deze bijzondere plek dus precies 1.000 kilometer onderweg, sinds begin juli. Alsof het zo had moeten zijn. Mijn gezelschap maakt een mooie foto, ik til mijn fiets op met achter mij de zon. De lucht is inmiddels overigens prachtig blauw en dat zal vandaag niet meer veranderen; cadeautje.

We eten een broodje haring en wat kibbeling op de weekmarkt en gaan dan via het Stadhuisplein naar het adres Oude Markt 7. Er zit een Surinaams eethuisje, in een straat met meer horecagelegenheden. De terrassen zijn goed gevuld vandaag. Naast de voordeur hangt een plaquette die de overval herdenkt die het verzet pleegde op 25 januari 1944. Hier zat in de oorlog het kantoor van het bevolkingsregister; het kantoor is er inmiddels niet meer, het eethuisje zit in een nieuwer pand. Bij de overval werden 105.000 zogeheten Rauterzegels buitgemaakt en 700 blanco persoonsbewijzen, waardoor veel onderduikers konden worden geholpen. Ze konden van valse papieren worden voorzien of in hun levensonderhoud worden voorzien.

Volgende stop. In de Kapelhof, een wat verscholen straat achter allerlei winkels en horecapanden, staat een Maria-kapel: de Kapel Onze Lieve Vrouw ter Nood. Enkele rijkere Tilburgers beloofden na de oorlog in het centrum van de stad een kapel op te richten, toegewijd aan Moeder Maria. De definitieve uitvoering moest wachten tot een saneringsoperatie in de oude binnenstad klaar was; in 1964 werd de kapel ingezegend. In de kapel staat een middeleeuws beeld, voorheen versierd met gouden kronen, maar ook in Tilburg lopen mensen rond met het moreel besef van een holbewoner. Er hangt een metalen plaquette aan de wand ter ere van Coba Pulskens en in een vitrine ligt een herdenkingsboek met de namen van ruim 300 Tilburgers die tijdens de oorlog zijn omgekomen; elke dag wordt de bladzijde op de betreffende datum gelegd. Ook dit boek is niet het originele; zelfs het boek werd enkele keren gestolen. De glas-in-lood-ramen die weer naar de uitgang leiden, vind ik overigens prachtig.

Via de Nieuwlandstraat fietsen we naar een kruispunt waar vijf straten samenkomen. Tragisch verhaal. Piet Gerrits (1896) uit Gilze is  opperwachtmeester bij de Tilburgse politie en openlijk NSB’er. Op meedogenloze wijze maakt hij jacht op Joden. Het verzet wacht op een kans om hem om te brengen en die komt in januari 1944. Het fatale schot zal worden gelost door een Tilburgse politieman, een collega van Piet. Zes verzetsstrijders posteren zich rond de vijfsprong Nieuwlandstraat-Tuinstraat-Stationsstraat-Noordstraat-Korte Schijfstraat. De schutter staat in het portiek van apotheek ‘De Medicijnman’. Piet Gerrits loopt hier iedere dag naar zijn werk; dit wordt een eitje. De zaak blijkt echter verraden, van binnenuit. Piet weet van de aanslag en kan die verijdelen. Hij arresteert een van de samenzweerders, de rest ontkomt en duikt onder. In de loop van 1944 worden op één na alle leden van de verzetsgroep gearresteerd en ter dood veroordeeld. De verrader komt er vanaf met vijftien jaar tuchthuis, op 26 mei 1944 worden de andere aanslagplegers in de Loonse en Drunense Duinen gefusilleerd. Ik had het er al over hierboven, in het deel over Udenhout. Sinds de bevrijding wordt gezocht naar de lichamelijke resten, die zijn tot op heden niet gevonden.

Op deze vijfsprong overigens nog een monument, in de vorm van een mooie Ginkgo-boom, hier geplaatst om de ruim 240.000 slachtoffers te herdenken die vielen als gevolg van de atoombommen die werden afgeworpen boven Hiroshima en Nagasaki, in augustus 1945. Aan de voet van de opvallende boom ligt een zwerfkei met daarop een plaquette.

Verspreid over Tilburg liggen 39 struikelstenen, bedoeld om slachtoffers van nazi-vervolgingen te gedenken. In Helmond zag ik ze allemaal, hier in Tilburg houden we het bij drie stenen in de Tuinstraat. Hier woonde de Joodse familie Moerel. Salomon Maurits Moerel was huisarts. Lange tijd waren hij en zijn vrouw Clara Visser vrijgesteld van deportatie, maar toen het echt te gevaarlijk werd doken ze onder. Het liep fout af. Het echtpaar werd op 12 augustus 1944 gearresteerd en een dag later zaten ze al in Vught. Ze zaten later in Westerbork en Auschwitz, waar ze allebei omkwamen. De kinderen Max en Henri waren op andere plekken ondergedoken en overleefden de oorlog. De derde steen op deze plek is voor dochter Caroline; ze zat in een Joodse psychiatrische inrichting in Apeldoorn. Alle patiënten werden in januari 1943 gedeporteerd, rechtstreeks naar Auschwitz, waar ze enkele dagen later omkwam. Een trieste familiegeschiedenis.

Meer over deze familie in dit prachtige magazine over de zoektocht naar Joodse Tilburgers in de oorlog, vanaf pagina 77.

Via de Stationsstraat rijden we naar het grondig verbouwde NS-station van Tilburg. Ik had het eigenlijk nog nooit gezien sinds de renovatie, die plaatsvond tussen 2013 en 2017. Rond 2006/2007 hing ik hier bijna dagelijks rond, wachtend op het vertrek van de bus naar mijn werk. Het ziet er nu een stuk beter uit. De toren waar we op afkoersen kende ik al. Dat het een oorlogsmonument was, wist ik nog niet. Het gaat om een uit baksteen opgetrokken klokkentoren, met een carillon met twaalf klokken. Het werd in in 1965 onthuld ter herinnering aan alle Tilburgers die het leven lieten in de oorlogsjaren. De toren heeft vanwege de vorm de bijnaam ‘De Wasknijper’.

Tijd om het centrum te verlaten. Via de Spoorlaan rijden we oostwaarts: aan de rand van de stad hebben we nog drie plekken te bezoeken voordat we onder de snelwegen door naar rustigere oorden mogen fietsen. We passeren een reuzenrad dat er al bijna twee maanden staat: een soort goedmakertje omdat de beroemde Tilburgse kermis danig moest worden ingekrompen vanwege corona. De mensen in de wagentjes zien op grote hoogte niet wat wij de afgelopen twee uur zagen. Veel prachtige monumenten en bijzondere plekken in een stad die flink is geraakt in 1940-45.

Tilburg: Oud-Zuidoost

Ben ik net heel complimenteus over de monumenten in Tilburg, stuiten we in de wijk Loven op een stenen constructie die ik wat minder kan waarderen. Excuses, kunstenares. Het is een lessenaar, lees ik online, maar bij onze eerste indruk moeten we zelfs even denken aan het Duitse SS-embleem. De plaquette is dan wel weer mooi, aangrijpend: een kindje met een driewieler. Dit monument herdenkt de vijfjarige René Klessens, het jongste oorlogsslachtoffer van deze wijk. Op vrijdag 3 november 1944 werd een V1 die over het oostelijk stadsdeel vloog, neergehaald. Het projectiel explodeerde en stortte neer op de toenmalige Heikantsebaan. Op dat moment was René aan het spelen in de Molenbochtstraat. Waarschijnlijk werd hij getroffen door een scherf van de ontplofte luchtdoelgranaat; hij viel bewusteloos op straat. In het ziekenhuis overleed hij, zonder bij kennis te zijn geweest. We spreken kort met een moeder die hier naar haar spelende kinderen kijkt. De kinderen kennen het verhaal van René; met de schoolklassen komen ze hier op het Sint Willebrordplein ieder jaar stilstaan bij de zinloze dood van het jongetje. Kijk, dat kan ik nu wel weer enorm waarderen.

Op de hoek Carré en Jan van Beverwijckstraat fotografeer ik het voormalige St. Elisabeth Ziekenhuis. Het werd tijdens de Tweede Wereldoorlog ingenomen door de Duitse bezetter. Alle Tilburgse patiënten werden zonder pardon naar huis gestuurd, om plaats te maken voor gewonde Duitse soldaten. Geen idee hoe het afliep met alle Tilburgers; het moet een afschuwelijke dag zijn geweest, ook voor de verpleging.

De laatste bestemming in Tilburg is de begraafplaats Heuvel, aan de Sint Josepstraat. Hier zijn vier Nederlandse Oorlogsgraven: drie Tilburgers die omkwamen in 1944 (waarvan eentje twee maanden na de bevrijding) en het graf van militair Cornelis Johannes Picokrie. Cees was een ongehuwde huisschilder toen hij zich tegen het einde van de Duitse bezetting als soldaat aansloot bij de Prinses Irene Brigade, die met de geallieerden oprukte om na de bevrijding van het zuiden ook de rest van Nederland van de Duitse onderdrukking te verlossen. In de nacht van 24 op 25 april 1945 staken onderdelen van de brigade de Maas bij Hedel over en vestigden er een bruggenhoofd. Cees nam als brenschutter deel aan de actie en werd in de vroege ochtend van de 25e door Duits vuur dodelijk getroffen. Hij was nog maar 20 jaar. Voor de Prinses Irene Brigade was de oorlog voorbij na deze dagen.

Het is maar anderhalve kilometer naar het snelwegennetwerk. We verlaten Tilburg.

Moergestel

Aan de Eindhovenseweg rijden we langs de Koningshoeve; hij kwam al kort voorbij in het verhaal bij Berkel-Enschot. Hier woonden de zonen van de familie Löb, allemaal omgekomen tijdens de oorlog. Anno 2020 staat de Koningshoeve natuurlijk vooral bekend om de brouwerij van La Trappe: een proeverij met rondleiding kan ik iedereen aanbevelen, evenals een bezoek aan de kloosterwinkel.

Drie kilometer verder rijden we Moergestel binnen, een dorp met zo’n 6.000 inwoners. De doorgaande weg heet het Rootven en daar waar we aan onze rechterhand de Prinses Margrietstraat passeren, zijn acht struikelstenen geplaatst in het trottoir. Ze herdenken de familie Busnac-Frankenhuis, die vanuit Moergestel werden gedeporteerd. Weer zo’n ontzettend tragisch verhaal, ik las het in het Brabants Dagblad. Vanuit Amsterdam kwam de familie in een woonwagen Moergestel binnen; het Joodse gezin streek neer op de hoek van het Hippelpad. Dat pad is allang uit het stratenpatroon van Moergestel verdwenen; het ligt ongeveer daar waar Rootven en Prinses Margrietstraat elkaar nu kruisen. Kort na hun aankomst werd er een zesde kind geboren: Robert. Gezinshoofd Frans had een reizend theater met onder meer een dansende beer, maar sinds de bezetting was er geen kermis meer om op te schitteren. Het gezin Busnac-Frankenhuis hoefde niet meer rond te reizen; met zijn achten kwamen ze terecht in een tweekamerwoning. En toen naderde het einde. Kamp Vught, en vervolgens deportatie naar kampen in het buitenland. Op 14 mei 1943, twee maanden voor zijn derde verjaardag, is Robert Busnac samen met zijn hoogzwangere moeder en drie van zijn zussen vergast in Sobibor. Vader Frans, een beresterke trapezewerker volgens het Brabants Dagblad, overleed twee weken later. Een andere zus had in Auschwitz een jaar eerder al het leven gelaten. Zijn enige broer zou pas in 1945 omkomen, in Buchenwald. Dit soort verhalen en het op internet gevonden fotootje van de jonge Robert: afschuwelijk.

Moergestel werd op 25 oktober 1944 bevrijd door de 15e Schotse Divisie. Commandant Colin M. Barber kreeg in 1994 een eigen standbeeld in Moergestel, bij een brug over de Reusel die in 2019 zijn naam kreeg. Bij dat heuglijke moment was ook een Moergestelse oorlogsveteraan aanwezig. Generaal-majoor Barber was de langste man in het Britse leger, lees ik op Traces of War. Wikipedia is specifieker: hij was 2.06 meter.

We rijden Moergestel weer uit en fietsen de natuur in. We komen onder meer door de buurtschappen Stokske, Heilige Boom en Heikant. Ik denk dat in heel de provincie goed bekend is hoe mooi het buitengebied van Oisterwijk is. Weilanden en akkers maken op een gegeven moment plaats voor een bosgebied. We zijn op weg naar Balsvoort.

Balsvoort en Wolfsputten: gebroeders Schut en Boy Ecury

Willem fietst vandaag met me mee en hij had me vooraf al verteld over landbouwenclave Balsvoort, aan de rand van natuurgebied de Kampina. Dat is de eerste bestemming van onze lus door de natuur, al weten we niet de exacte locatie. We rijden een heel stuk over de Fransebaan en komen dan op onverhard bospad met een houten slagboom; de Balsvoortseweg. Inmiddels zitten we op het grondgebied van Boxtel, een gemeente die ik op een ander moment nog wil aandoen. We slaan het bospad in en na 300 meter stuiten we vrij eenvoudig op de plek waar ooit vijf boerderijen stonden. In 2015 zijn van één boerderij de fundamenten weer zichtbaar gemaakt in het landschap. Mooi gedaan. Een grote groep IVN-cursisten staat vlakbij te luisteren naar boswachter Frans Kapteijns, volgens mijn fietsmaat een levende legende in deze omgeving. We luisteren niet naar zijn verhaal: wij komen voor het verhaal van de gebroeders Schut.

Theodorus Schut was een landbouwer; later pachtte hij boerderij Balsvoort op de plek waar wij nu staan. In 1933 overleed hij; zijn weduwe nam met haar negen kinderen de pacht over. Het was hard werken op deze zeer afgelegen plek. En dan komt de Duitse bezetting. De zonen Bernard en Hein hadden contacten met het verzet en er zaten geregeld onderduikers op Balsvoort, in de stal of in de schuur. Het adres was ook bekend bij het verzet in Oisterwijk, onder leiding van Bim van der Klei.  In het najaar van 1944 liet deze Bim een groep gevangengenomen Duitse soldaten onderbrengen op de hoeve. Er volgt dan een fatale fout; ze worden op een dag vrijgelaten. De zwarte dag van dit verhaal: 6 okto­ber 1944, een kleine 3 weken voor de bevrijding van Oisterwijk. Bernard Schut was met onderduikers in de omgeving van de boerderij aan het werk toen er drie Duitsers aan kwamen lopen die zeiden gedeserteerd te zijn. Ze vertelden dat ze een schuilplaats zochten, om zich vervolgens aan het verzet over te geven. Bernard en Hein hoorden hoe ze hun gal spuwden op Hitler en de aflopende oorlog en namen hen in vertrouwen. Dat verhaal klopte achteraf natuurlijk van geen kant. Rond drie uur werd de ouderlijke boerderij door Duitse soldaten omsingeld en onder hen bevonden zich ook de zogenaamde deserteurs, maar nu gekleed in het Duitse uniform. Alle aanwezigen moesten naar buiten komen en werden tegen de muur van een bijgebouw gezet – gelukkig was moeder Schut net even eieren halen op de nabijgelegen Rozephoeve. Bernard werd die middag geliquideerd; hij is 44 jaar geworden. Zijn lichaam werd in een schuttersput gegooid. De volgende dag, zaterdagmiddag 7 oktober, namen twee Duitsers Hein Schut en zijn verzetspartner Gijs Schellen mee de natuur in. Na een lange wandeling werden er bij het Aderven een aantal geweerschoten gehoord. We zullen straks naar de plek toe fietsen, een ingekerfde boom is de stille getuige van dit drama. Bekijk hier een korte film over de gebroeders Schut, van Oisterwijk in Beeld.

Op de Rozepdreef fietsen we langs de net genoemde Rozephoeve. Via de Scheibaan komen we vervolgens drie kilometer verderop op de Vennelaan. We stoppen bij een boerderij naast het Wolfsputven. Hier was in de oorlog de hooizolder van boer Willem van Biljouw, een bekende onderduikplaats van verzetsheld Boy Ecury. Bijzonder verhaal, helaas een tragisch einde.

De Arubaan Boy Ecury werd geboren op 23 april 1922. Hij was de zevende in een katholiek gezin van dertien kinderen. Boy was een opstandige jongen en zijn ouders dachten dat een militaire opleiding hem goed zou doen. Hij reisde af naar de St. Augustin Military Academy op Puerto Rico, maar bij aankomst bleek dat hij niet welkom was vanwege zijn donkere huidskleur. De volgende bestemming: Nederland. Denk overigens niet dat hij hier niet werd uitgescholden om zijn huidskleur. In Oudenbosch haalde Boy een handelsdiploma en toen brak de oorlog aan. Hij liep over de puinhopen van het bombardement op Rotterdam en wist toen al dat hij niet lijdzaam wilde toekijken. De Tilburgse student Luís de Lannoy, uit Curaçao, dacht er net zo over. De twee raakten bevriend en al snel raakten ze actief betrokken bij het verzet. Duitse vrachtauto’s te bestoken met fosforbommen, spoorlijnen onklaar maken, overvallen, geallieerde piloten helpen: het ging niet om kinderachtig werk. Via een Tilburgse vriendin kwam Boy vervolgens met het Oisterwijkse verzet in contact. Hij werd in Oisterwijk in eerste instantie opgevangen door mensen in het dorp, maar omdat hij als gekleurde jongen te zeer opviel werd hij ondergebracht in het buitengebied, op de hooizolder van boer Willem van Biljouw, boven de paardenschuur. De vrouw des huizes hing op gezette momenten een theedoek aan de deur van de schuur: het teken voor Boy en anderen om even uit de buurt te blijven. Het schuurtje is er nog steeds: bijzonder. Toen zijn vriend De Lannoy na verraad in februari 1944 werd gearresteerd, deed Boy een poging om hen uit de gevangenis in Utrecht te bevrijden. Dat mislukte. Op 19 juli 1944 vertrok hij uit Oisterwijk: zijn opvallende huidskleur bleef een handicap. Hij kwam terecht in de regio Den Haag/ Rotterdam. Daar werd hij al snel gezocht, na een moordaanslag op een NSB’er. Op zondag 5 november 1944 werd hij pal voor het SD-gebouw in Rotterdam gearresteerd, met wapens op zak. Hij was verraden door een bekende. Een dag later executeerden de Duitsers de Arubaanse verzetsheld op de Waalsdorpervlakte in Den Haag. Boy Ecury werd maar 22 jaar. In 1947 werd zijn stoffelijk overschot met militaire eer op Aruba herbegraven. Veel later kwamen er onder meer een televisiedocumentaire, een boek en een speelfilm. Naast de straat in Oisterwijk, kun je in Amsterdam ook de Boy Ecurybrug vinden. Luís de Lannoy overleefde overigens de oorlog. Hij keerde terug naar Curaçao, waar hij de apotheek van zijn vader overnam. Meer over Boy Ecury in de video van Oisterwijk in Beeld.

Wat een verhalen.

Het is even zoeken, maar bij het Aderven vinden we even later de ingekerfde boom. We zien een kruis en de initialen van Hein Schut en Gijs Schellen, maar daarbij Okt ’44. Op deze plek zijn de twee mannen geliquideerd, een dag na de moord op Bernard Schut.

En dan zit het erop. In het bos drinken we twee heerlijke glazen La Trappe Tripel, bij Boscafé De Rode Lelie. Via mooie boslanen met ontzettend grote villa’s en het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten aan de Van Tienhovenlaan, keren we vervolgens terug naar de verzetsheldenbuurt in Oisterwijk, waar ons avontuur 7,5 uur eerder begon. Het aantal kilometer vandaag: 72,5.

Route 18 zit erop, de 1.000 kilometer is gehaald binnen de gestelde termijn van twee zomermaanden. Op de kaart van Brabant zie ik echter nog veel gebieden waar ik nog niet ben geweest. Ik wil een boek uitbrengen over de Brabantse sporen van de Tweede Wereldoorlog, maar dan moet ik natuurlijk ook echt overal geweest zijn. Daarover gaat mijn volgende blog.

Willem Schilders uit Oisterwijk, bedankt voor een mooie dag!

Comments

  1. Otto Stakenburg zegt

    Hallo Perry, Goed en interessant verhaal over Oisterwijk en WO II. Als geboren en getogen Oisterwijker heb ik een leuk verhaal over die tijd mbt Oisterwijk. En ik ken iemand die nog leeft en woont in Oisterwijk die enorm gepassioneerd kan vertellen over de minutietrein. Bij interesse kan je me bellen tel 103 4674789. Niet inspreken, luister in niet af. MVG Otto Stakenburg

Speak Your Mind

*