Route 8 – Oorlog in Son en Breugel, Sint-Oedenrode, Eerde, Nijnsel en Best

Route 8 – Oorlog in Son en Breugel, Sint-Oedenrode, Eerde, Nijnsel en Best
Maandag 27 juli 2020
Afgelegd: 65 kilometer
Totaal: 468 van 1000 kilometer
Eerdere blogs van dit project op een rijtje: klik hier

Maandagmiddag. Het is opgehouden met regenen en langzaam wordt het nog zonnig ook: tijd om op de fiets te stappen. Zeker omdat de rest van deze vakantieweek al druk genoeg is met andere leuke dingen. De eerste route vandaag uit de giftbox van Liberation Route Brabant: negen thematische fietsroutekaarten die samen de impact van de oorlog op Noord-Brabant zichtbaar maken. Eigenlijk is het mijn tweede: de route in de omgeving van Asten en de Groote Peel is exact dezelfde als waarmee ik dit avontuur begon, begin deze maand (kijk hier voor die tocht). Ik parkeer mijn auto bij museum Bevrijdende Vleugels, tussen Son en Breugel en Best. Een oorlogsmuseum met een indrukwekkende collectie, ik was er drie jaar eerder al eens geweest.

Onder de routekaart hieronder een fotoreeks van het museum, daarna de verhalen van vandaag. Ik fiets vanuit het museum naar Sint-Oedenrode, Eerde, Nijnsel, Son en Breugel en Best. Of hier veel gebeurd is? Reken maar. En wat is het leuk dat ik nu in gebieden kom waar ik nog nooit ben geweest.

Museum Bevrijdende Vleugels

Voor ik de fiets bestijg, loop ik een rondje door de vier hallen van museum Bevrijdende Vleugels. Mobilisatie, bezetting, verzet, bevrijding, alles komt aan bod in veel mooie diorama’s en vitrines. Ook is er een indrukwekkende collectie vliegtuigen, rupsvoertuigen, tanks, jeeps, motoren en wapentuig. Toch best indrukwekkend, de Dakota C-53. Dit vliegtuig werd gebruikt om soldaten te droppen bij Operatie Market Garden, in de directe omgeving van dit museum. In hal 4 verhalen van na de bevrijding, zoals de eerste ter dood veroordeelde NSB’er, de vernedering van vrouwen die met Duitsers gingen en een gezin dat niet kan wachten tot de Engelsen vertrekken: ze logeren bij ze en gedragen zich als holbewoners. Ik kom binnenkort graag een keer terug naar het musem, er is een gezellige brasserie op het grote terrein en wat speeltoestellen voor de kinderen. Hieronder een impressie.

Sonniuswijk: de drop- en landingszones

Zo’n museum is geweldig, maar ik ben blij als ik weer op de fiets zit. Route 8 is begonnen. Na een kilometer of vier ben ik op de Sonniuswijk, een straat ten noorden van Son, eigenlijk ook een buurtschap. Ik was er voor het eerst in mei 2017 met zo’n vijftig gelijkgestemden die veel wilden leren over Market Garden. Edwin Popken van Battlefield Discovery was onze gids: een militair historicus en geaccrediteerd slagveldgids. Aardige man, gepassioneerd verteller. Voorafgaand aan de tour verzamelden we in het museum waar deze blog mee begon; daar ken ik Bevrijdende Vleugels dus van.

Op zondagmiddag 17 september 1944 landen er in amper drie kwartier tijd meer dan 4.500 parachutisten in deze omgeving, in de weilanden die om me heen liggen op de Sonniuswijk. Het was de grootste luchtlandingsoperatie ooit. Even later landen hier ook nog eens 53 Waco-zweefvliegtuigen met  jeeps en ander rollend materieel en manschappen. De waargebeurde serie Band of Brothers gezien? Die paratroopers behoorden tot de 101e Amerikaanse Airborne Division. Om precies te zijn: ze vormden Easy Company, een eenheid binnen het 506e Parachute Infantry Regiment van de 101e Amerikaanse Airborne Division. Een hele mond vol. De mannen begonnen hun strijd in Nederland in deze omgeving, net als diverse eenheden van de andere geallieerde landen.

Boerderij de Paulushoef is een ideaal oriëntatiepunt voor de piloten: de naam staat in grote letters op het dak en werd het centrale punt van de drop- en landingszones. Drie dagen lang was deze boerderij de commandopost van de 101ste Airborne Divisie, terwijl dorpen als Son en Breugel en Sint-Oedenrode werden bevrijd. Ik fiets er via een korte oprijlaan heen; in de nok is duidelijk de adelaar te zien op een door de Amerikanen geschonken plaquette. Mooi hoe de naam van de boerderij nog steeds groot op de gevel prijkt. Er is hier vlakbij de voordeur een mooi monument van een parachute. Er ligt een grote kei bij met daarop een informatiebordje.

Wan van Overveld woont al zijn hele leven op de Paulushoef, hij was vijf toen de bevrijding van ons land begon. Ik vind deze quote in de Bevrijdingskrant van weekblad Mooi Son en Breugel (pdf): “Het zag zwart van de parachutisten. Ze landden allemaal bij ons achter en kwamen ons erf op. Wij kregen heel veel snoep, kauwgum en caramelsnoepjes. Zoveel snoep hadden we nog nooit bij elkaar gezien. Mijn broer kreeg zelfs een slof sigaretten, terwijl hij niet eens rookte!” Op de website Liberation Route Europe is het verhaal te beluisteren van die bewuste broer, Paul van Overveld. Het was voor hem niet alleen maar een dag vol vreugde. Hij was op het land met zijn vader en buurjongen Kees, een gewonde koe moest gekalmeerd worden. Jachtbommenwerpers moeten ze voor Duitsers hebben aangezien. Paul dook in een greppel, Kees was te laat. Hij werd door een salvo helemaal opengereten, enkele dagen later werd hij begraven. Later die dag rookte Paul op een keukenstoel achter het huis zijn eerste sigaret. Het was een dag van grote tegenstrijdigheden. Market Garden was begonnen.

Toen ik hier in mei 2017 was, waren er prachtige witte parachutes te zien in het weiland tegenover de Paulushoef. Zeventien in totaal, ze waren ook te vinden in het centrum van Son. Het kunstproject heet Parachutes voor Vrijheid en wat foto’s vind je hier, op de site van Traces of War. Ik zag het al toen ik hier in juni 2020 fietste: ze zijn er niet meer. Ik zocht tevergeefs en nu ik een maand later opnieuw hier ben, wil ik eigenlijk wel weten waar ze gebleven zijn. Het antwoord komt als er een vrouw naar buiten loopt; ze is de dochter van de zojuist genoemde Wan van Overveld. “Ze zijn allemaal weggehaald. De doeken moesten te vaak opnieuw gespannen worden, een hele klus. Volgens mij was er helaas ook sprake van vandalisme.” Ik vraag haar of veel mensen haar oprijlaan oprijden, zoals ik dat nu ook doe om mooie foto’s te maken van de gevel en het monument bij de boerderij. “Ja hoor. We zijn het gewend, hebben daar totaal geen moeite mee.” Online lees ik dat zeker duizend veteranen door de jaren heen zijn teruggekomen naar de Paulushoef. En ik lees dat er in de boerderij een particulier museum moet zijn van de luchtlandingsoperatie. Ik ga bellen, ik zou de Paulushoef graag willen bezoeken. Kom ik nog op terug.

Ik heb nog twee verhalen over de Sonniuswijk, een mooi verhaal en een treurige.

Mariet van Kronenburg (8) woont met haar broers en zussen ongeveer vier kilometer van Sonniuswijk, in buurtschap De Vleut, meer naar het westen. Een Amerikaanse commandant bepaalt dat de kinderen tijdelijk ergens anders moeten verblijven, het is er niet veilig genoeg. Ze vertrekken naar een logeeradres in Sint-Oedenrode. Vanuit de zolderramen kan Mariet de landingsbanen van Sonniuswijk zien. Op 20 oktober 1944 zijn Mariet en een paar van haar broers en zussen in het gebied van de landingsbanen – ze mogen er eigenlijk niet zijn zonder begeleiding. Wie weet heeft een van de Amerikaanse militairen wel chocola over… En dan is er plotseling een enorme knal. Mariet schrikt: waar zijn de anderen? Met een zus en een vriendinnetje rennen ze geschokt weg. Drie jonge mensen komen om het leven. Broer Kees (13) was op slag dood. Zus Sjaantje (6) heeft zware verwondingen en sterft in het ziekenhuis. En Janus is dood, de 21-jarige zoon van het logeeradres in Sint-Oedenrode. Ties (11) overleeft de ontploffing. Hij omschreef het projectiel als een klein, blinkend doosje. Kees raapte het op en maakte het open.

Midden in het landingsgebied stond de Helenahoeve, die door de geallieerden gebruikt werd als noodhospitaal. De 30-jarige Berta Roefs en haar familie woonden op deze boerderij. Berta vindt die grote dag, 17 september 1944, met haar moeder en zus drie gewonde soldaten in hun schuur. Berta en haar familie besluiten zo goed en zo kwaad als het kan te helpen in het geïmproviseerde veldhospitaal. De namen van die aardige soldaten? Ze hadden geen idee, spraken geen woord Engels. John Nasea Jr. is in 2011 89 jaar oud als hij een Eindhovense battle detective schrijft: hij zou zo graag zijn negentigste verjaardag vieren op de boerderij waar zijn leven gered werd. Hij heeft geen idee waar dat precies was, maar de onderzoeker stuit al snel op de Helenahoeve. En Berta was nog in leven! Op 13 juni 2012 was het zover: John kwam naar de boerderij, waar hij werd begroet door de 98-jarige Berta. Op zijn 90e verjaardag gaf de veteraan haar een zakdoek met daarop de tekst September 19th 1944 June 13th 2012. Het moet een emotioneel moment zijn geweest. Het moment waarop puzzelstukjes in elkaar werden gepast: de twee hoogbejaarden deelden elkaars verhaal van die dagen in 1944. De foto’s zijn prachtig. Inmiddels zijn we weer enige jaren verder. Zij overleed in 2015, hij in 2018. Op bijzondere momenten hebben hun levens elkaar gekruist.

Onder acht foto’s van deze 27e juli 2020, vier foto’s van die dagen in 1944. Op de derde zijn paratroopers en dorpsbewoners met belangstelling een stafkaart aan het bekijken. Over de laatste foto: in 1974 zocht veteraan Bernard. M. Nakla uit Seattle contact met het Eindhovens Dagblad. Hij is de soldaat rechts op de foto en wilde graag weten wie het meisje en de jongens op de foto waren. Pas in 1994 werden hun namen achterhaald. Het ging om Rini Hilgedenaars, Johan en Wim van Nostrum en hun achtjarige zusje Anneke van Nostrum. Smullen, dit soort verhalen.

Sint-Oedenrode

Het is opnieuw vier kilometer fietsen naar mijn volgende bestemming: Sint-Oedenrode. Ben ik hier ooit eerder geweest? Ik kan het me niet herinneren. Ik heb ook geen idee hoe groot het hier is en hoeveel inwoners er wonen. Google helpt. Wat ik wel heb: een a4’tje met wat adressen. Ik heb er nogal wat af te gaan hier.

Ik kom het dorp binnen en zie een prachtig kasteel. Kasteel Henkenshage was na de Paulushoef enige dagen het hoofdkwartier van de 101e Amerikaanse Airborne Division. Een plaquette bij de ingang herinnert aan die tijd. Heel even lees ik wat over die periode via mijn smartphone en ik lees dat de divisie onder commando stond van generaal Maxwell Taylor. Grappig: die man kwam ook al zo vaak voorbij in mijn Kennedy-onderzoeken, toen Taylor bijna twintig jaar ouder was. Onder JFK was hij de voorzitter van de Joint Chiefs of Staff. Bij zijn overlijden in 1987 werd hij geprezen als “een van de grote militairen in de Amerikaanse geschiedenis”.

Via het centrum rijd ik naar de Ollandseweg, ik wijk hier een stuk van de route af. Het is even zoeken want de paal verdwijnt bijna in de heg van huisnummer 102, maar ik ben blij dat ik hem gevonden heb. Dit monument is opgericht ter nagedachtenis aan twee bemanningsleden van een Britse Sherman-tank die op 21 september 1944 op de weg tussen Sint-Oedenrode en Olland (Rijsingen) sneuvelden. Het gaat om Stanley Matthews en John Thorogood. Hun tank werd door twee granaten getroffen en kwam tot stilstand in een sloot tegenover de boerderij waar ik nu voor sta. Bestuurder Stanley Matthews werd op slag gedood. Schutter John Thorogood vluchtte; hij werd bij het oversteken van de Ollandseweg door een Duitse scherpschutter door het hoofd geschoten. Andere bemanningsleden ontkwamen. Bijzonder: het monument, een initiatief van buurtbewoners, werd in 1994 onthuld door een broer van Thorogood.

Terug naar de Markt, het centrale plein. Het voormalige gemeentehuis staat er mooi bij op de kop van het plein; sinds 2017 is Sint-Oedenrode geen zelfstandige gemeente meer. Op het gemeentehuis diverse plaquettes, monumenten die onder meer herinneren aan beide Wereldoorlogen. Het Airborne-monument is opgericht ter nagedachtenis aan de elf paratroopers van 101e Airborne Division, die sneuvelden tijdens de bevrijding en verdediging van Sint-Oedenrode. Het werd in 1987 onthuld door Allen Bartham, in 1944 een pelotonscommandant. In januari 2012 werd er ook een bronzen beeld van een paard onthuld bij het gemeentehuis en ik lees dat niemand minder dan Forrest J. “Jay” Nichols bij de onthulling aanwezig was – de veteraan was midden jaren tachtig ook al in Sint-Oedenrode geweest. Nichols was 92 jaar oud tijdens zijn laatste bezoek aan ons land, hij stierf later dat jaar.

Vanaf het gemeentehuis fiets ik over de Borchmolendijk richting de Dommel en de doorgaande weg genaamd Corridor. De Corridor was de smalle, belangrijke aanvoerroute van manschappen en oorlogsmaterieel van de geallieerden. Deze ‘vrije zone’ liep van Eindhoven via Sint-Oedenrode, Veghel, Uden, Zeeland en Grave naar Nijmegen en Arnhem. Bij die laatste stad was de beslissende slag van Market Garden. Arnhem bleek een brug te ver en de geallieerden moesten zich na zware verliezen terugtrekken naar het zuiden.

Twee monumenten hier aan de Corridor. Bij de rotonde fotografeer ik het bevrijdingsmonument van Sint-Oedenrode. Het is een beeld van een vrouw met in haar hand een vredesfakkel. Op een plaquette de namen van dorpsgenoten die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Nederlands-Indië. Wat verderop een ander monument, bijzonder omdat het een geschenk aan de Brabantse bevolking is van niemand minder dan de 101e Airborne Division. Hiermee uitten ze hun waardering voor de moed, vriendschap en de sympathie van de Nederlanders. Ik vind de taferelen van de bevrijding in het monument prachtig.

Een fijne kennismaking met het dorp Sint-Oedenrode. Ik keer weer terug naar de route: knooppunten 68 en 32 wachten op mij. Ik fiets via onder meer buurtschap Everse, bij de A50, deels over onverharde wegen.

Koevering

Koevering is een centraal gelegen buurtschap in de fusiegemeente Meijerijstad, die sinds 2017 gevormd wordt door Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode. Vanwege die centrale ligging was Koevering bijna de naam geworden van de nieuwe gemeente; had ik persoonlijk leuker gevonden dan Meijerijstad. Ik ben een man van de historie.

Ik kom aan bij knooppunt 92. Hier stond vroeger de Koeveringse molen. Op 25 september 1944 werd hij in brand geschoten, omdat men dacht dat de molen als uitkijkpost werd gebruikt. Waar de meeste door oorlogshandelingen beschadigde molens werden hersteld, is deze molen nooit herbouwd. Bijna was het daar onlangs wel van gekomen; de stichting Koeverings Molen heeft lang geprobeerd om genoeg fondsen te werven. In 2019 is de stichting opgeheven, de financiering en exploitatie bleken een te groot struikelblok. Wat rest, is een mooi monument uit 1982. Het is onthuld toen ik tien dagen oud was. Onder een dakconstructie liggen en hangen twee molenstenen. Ik moest even googlen, maar gelukkig. De molenstenen zijn afkomstig uit de in de oorlog verwoeste molen.

Bij de plek waar de molen stond, lees ik nu over Hell’s Highway. Tijdens operatie Market Garden moesten grondtroepen vanuit Eindhoven en Son naar het noorden trekken over een smalle tweebaansweg. Dit maakte hun voortgang kwetsbaar voor tegenaanvallen op beide flanken. Al snel kwamen de grondtroepen bloot te staan aan een constant, dodelijk vuur. Velen lieten het leven. De Britten en Amerikanen noemden de weg al snel Hell’s Highway. De tegenslagen stapelden zich op, hier lag de kiem van het mislukken van de hele operatie.

De A50 is dichtbij; een moderne snelweg in plaats van die smalle tweebaansweg – het traject verschilt niet eens zo gek veel. Aan de andere kant van de voorbijrazende auto’s wil ik straks nog een bijzondere plek bezoeken in het buurtschap Koevering, buiten de officiële fietsroute. Kom ik zo op terug; eerst naar het dorp Eerde.

Ik fiets door het bosrijke gebied tussen Koevering en Eerde en rijd langs prachtige plekken. Ik kom van de plek waar vroeger een molen stond en ik moet nu naar de molen van Eerde, die de oorlog wel heeft overleefd. De route is zo’n drie kilometer lang en ik lees bij vertrek wat zich in deze omgeving heeft afgespeeld. Van 24 tot 26 september 1944 vond hier een bloedige veldslag plaats. Een Duits bataljon slaagde erin de geallieerde opmars bijna veertig uur tot staan te brengen. Het resultaat was dat belangrijke versterkingen in Brabant bleven steken. Op de dag dat de weg heroverd werd, besloten de Britten hun troepen uit Oosterbeek bij Arnhem te evacueren. Het gewaagde plan om Noord-Duitsland te veroveren via de Nederlandse rivierbruggen, ging niet door. Operatie Market Garden was definitief mislukt.

Ik passeer vlakbij Eerde een zogeheten speelmonument, mijn oudse zoontje zou er een uur mee zoet zijn geweest als hij erbij was geweest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier vliegveld Schijndel te vinden, sinds 2016 staat hier een Spitfire waar kinderen in kunnen klimmen en klauteren. Het klimrek heeft dezelfde afmetingen als een originele Spitfire uit de oorlog.

Zevenhonderd meter verder ben ik in Eerde.

Eerde

De klokken van de St. Antonius Abtkerk slaan als ik de Kapelstraat inrijd: het is 18:00 uur.

Eerde had het zwaar in september 1944. Ook hier was een landingsplaats, paratroopers moesten hier bij Eerde de corridor tussen Sint-Oedenrode en Uden veroveren. Boven Eerde lagen belangrijke bruggen in Veghel over de Zuid-Willemsvaart en de Aa. In korte tijd werd Eerde door de Amerikanen bezet. Een dag later vielen Duitse soldaten het dorp aan, vanuit de Eerdse Bergen en vanuit Schijndel. Het kwam tot heftige gevechten waarbij de kerk en de Eerdse molen ernstig beschadigd raakten. Eerde werd heroverd door de Duitsers en later weer door de Geallieerden. Uiteindelijk bleef Eerde op 26 september in Amerikaanse handen.

Vanwege de strategische positie werden de kerktoren en de verdiepingen van de Sint-Antoniusmolen aan het Zandvliet, waar ik nu voor sta, zowel door de Amerikanen als de Duitsers gebruikt als observatieposten. De schade was enorm. De Engelsen willen de molen zelfs slopen om ruimte te maken voor een vliegveld. Gelukkig gingen deze plannen niet door. Na de oorlog werd het bovenste en zwaarst beschadigde deel alsnog gesloopt, tot teleurstelling van velen. Tussen 2001 en 2011 is de molen weer gerestaureerd: ik sta nu te kijken naar hoe hij eruit zag voor die heftige week in 1944. Er zijn twee informatieborden en op plaquettes staan de namen van hen die sneuvelden: Amerikanen, Britten, dorpsgenoten en twee onderduikers. Rechts van de molen staat een mooi huis en op een oude foto zie ik dat het er toen ook al stond. Ik lees dat een Britse tank naast het huis stond toen hij werd uitgeschakeld op zondag 24 september. De inzittenden waren op slag dood; ze liggen begraven op het kerkhof in Eerde. Jammer: daar ben ik niet geweest.

Buiten de bebouwde kom fiets ik in de straat De Horstjens, met een mooi uitzicht op de kerk en de molen. Via de app van Brabant Remembers beleef ik hier een augmented reality-ervaring; een screenshot van mijn smartphone vind je hieronder. Het verhaal van Carman Ladner speelt zich voor mij af. De Amerikaan sloot zich aan bij de paratroopers, ondanks felle tegenwerpingen van zijn verloofde Elaine Smith. Ze vindt het veel te gevaarlijk en er is een hoogoplopende ruzie. Carman gaat toch. En, net als in de film: vlak voor hij in New York het vliegtuig in gaat, is daar zijn grote geliefde en is er alsnog een liefdevolle omhelzing. Later landt Carman tijdens Operatie Market Garden in Eerde. Tijdens de gevechten wordt hij naar Hell’s Highway gestuurd om munitie te halen bij de Britten. Carman en zijn kameraden worden naar een boerderij in Eerde gestuurd om de munitie uit te laden. Net als ze de volgeladen truck aan het uitladen zijn, rijdt er even verderop een Duitse tank voorbij. De Duitsers zien de munitietruck en richten de loop van de tank op de vrachtwagen. Het is een voltreffer en de truck explodeert. Carman staat op het moment van inslag bovenop de vrachtwagen. Er wordt nooit meer iets van hem teruggevonden. Elaine ontvang ineens geen brieven meer van haar verloofde. En als ze in 2006 naar Nederland komt, leert ze eindelijk wat er met haar soldaat is gebeurd. Het is een emotioneel moment.

Het Logtenburg-monument voor L.SGT. T. Newman

Ik fiets via de knooppunten 65 en 29 terug naar knooppunt 92, ik ben weer vlakbij de plek van de Koeveringse molen. Ondertussen heb ik in de verte de fabrieken van Veghel gezien en rijd ik ook weer een stukje langs de A50. Die snelweg steek ik nu over en dan wijk ik even af van de route. Ik wil een bijzonder monumentje zien dat ik eerder zag in 2017, bij de genoemde excursie van Edwin Popken van Battlefield Discovery. Na een kilometer bevind ik me op de Logtenburg, een mooie laan tussen een bos en een weiland. En wat verderop zie ik het kruis al hangen.

Ik weet niet wie het monumentje verzorgt, maar net als toen zijn er bloemen geplant in het bakje onder het houten kruis. Op het kruis een staat op een metalen plaatje wie we hier gedenken: de Britse luitenant/sergeant T. Newman en zijn kameraden Hollis en Huggins van het 41/44 Royal Tank Regiment. Killed in action here, staat er, op 25 september 1944. Rest in peace. Doris Newman. Widow. Google helpt als altijd: Doris heeft hier haar 34-jarige man Thomas Newman verloren. De Engelse Sherman-tank waar hij in zat, werd bij de bossen van de Koevering vanuit de richting Schijndel door de Duitsers onder vuur genomen. Ik vind foto’s uit 1946 van de tank die er dan nog steeds ligt, en van de tijdelijke veldgraven van de drie soldaten. Ze werden later dat jaar herbegraven op het Britse oorlogskerkhof te Uden.

Hieronder vier foto’s van nu en drie foto’s van 1946. Ik blijf dit een zeer indrukwekkende plek vinden. Geen enorm monument op een prominente locatie, maar een eenvoudig houten kruis op een boom bij een afgelegen bosrand. Wat mij betreft mag de plek opgenomen worden in de Liberation Route die ik vandaag fiets.

Edwin Popken vertelde ons hier wat er nog meer gebeurde op deze plek. De mannen van Easy Company, van de serie Band of Brothers, vielen hier de Duitsers aan. Wie de serie heeft gezien, kent soldaat Donald Malarkey. Hij raakte hier lichtgewond toen hij op zijn knieën in het open veld mortiergranaten afvuurde: een heldendaad en cruciaal voor de uiteindelijke terugtrekking van de Amerikanen naar de relatief veilige bosrand waar ik nu sta. Zijn maat Lewis Nixon werd in deze omgeving op zijn helm geraakt door een kogel. In de serie zie je dat in Nuenen gebeuren, maar het gebeurde dus hier, in buurtschap de Koevering. Beide mannen overleefden de oorlog: Nixon overleed in 1995, Malarkey in 2017.

Via Nijnsel naar Son en Breugel

Ik mag nu zeven kilometer fietsen zonder noemenswaardige stops. Daarbij passeer ik het dorp Nijnsel. Is daar dan niet gebeurd? Na afloop google ik en het lijkt erop alsof er het dorp inderdaad relatief ongeschonden de oorlogstijd is doorgekomen. Als ik had geweten, had ik even het pand aan de Lieshoutseweg 13 gefotografeerd. De kogelgaten in de linkerzijgevel zijn een eeuwig aandenken aan de Tweede Wereldoorlog. Moet ik om meer redenen terug naar Nijnsel? Ik hoor het graag.

De natuur waar ik doorheen fiets is mooi. Twee keer passeer ik de Dommel en er zijn mooie vergezichten. Een echtpaar is aan het barbecueën bij een picknicktafel, zwarte kraaien zitten op paaltjes langs het fietspad. Heel langzaam zie je het avond worden.

Bij buurtschap Wolfswinkel, twee kilometer ten noorden van Son en Breugel, weet ik een mooie locatie die niet in de route genoemd wordt. Ik fietste hier onlangs ook al voorbij. Na de oorlog was hier tijdelijk een militaire begraafplaats van de Amerikanen, bij boerderij Waterhoef. Duitse krijgsgevangenen dolven graven en Amerikanen wikkelden de doden in parachutes en begroeven hen. Er lagen uiteindelijk 411 Amerikanen, 48 Britten en één Canadees begraven. Minder bekend is dat er ook enkele honderden Duitsers lagen, aan de achterzijde. Vanaf 1947 werden alle lichamen elders herbegraven en in 1949 werd de begraafplaats opgeheven. Particulieren zorgden in 2006 voor een monument, een zwarte gedenksteen met inscriptie. Achter glas hangt een informatieve folder: goed dat deze plek hier is gerealiseerd.

Son en Breugel

Ik wijk opnieuw een beetje af van de route: in Breugel is een rotonde die ik wil fotograferen, daarna pas rijd ik door naar Son. Op de rotonde bij de Planetenlaan/Kometenlaan staat het kunstwerk Descending Liberation uit 2018, van de nog jonge ontwerper Senna van Lieshout. We zien een kind dat haar hand uitsteekt naar een landende paratrooper: volgens Senna moet het de overdracht van vrijheid van het verleden, heden en de toekomst uitbeelden. “Het beeld van honderden soldaten die als engelen uit de lucht kwamen vallen, moet onwerkelijk zijn geweest.” Ik vind het erg mooi gemaakt.

Door richting knooppunt 43 en daarna via de Nieuwstraat richting het Wilhelminakanaal, waarover ik het in mijn vorige blog ook al zoveel had. De Sonse brug die hier ligt, speelde een voorname rol bij de bevrijding in 1944. In de nabije omgeving waren andere bruggen al opgeblazen door de Duitsers, waardoor deze brug van strategisch belang was. De Amerikaanse paratroopers moesten deze veroveren en dan doorstoten naar Eindhoven. Ze ondervonden hevige weerstand en kwamen onder mitrailleur- en kanonvuur te liggen. Toen ze in de middag van 18 september rond 15:00 tot minder dan honderd meter de brug naderden, werd ook deze door de Duitsers vernietigd. De middenpijler van de brug bleef echter intact en een provisorische reparatie kon snel geschieden. De volgende morgen lag er een Baileybrug die tanks kon dragen en ander zwaar materieel kon dragen. Het kanaal kon worden overgestoken. Het ging overigens nog bijna mis. Een Duitse tank wist de Baileybrug tot op 150 meter te naderen. Hij werd echter uitgeschakeld door een antitank geschut dat net van de landingszone was gearriveerd. De Duitsers moesten zich terugtrekken.

Ik volg ruim twee kilometer het Wilhelminakanaal richting Best. Vlakbij knooppunt 11 ligt aan een bosrand het Joe Mann-monument, goed bekend in de regio. De man was een held en wordt geëerd: niet alleen met deze gedenksteen, maar ook met onder meer een straat en een paviljoen en een openluchttheater. De Amerikaanse parachutist sneuvelde op 19 september 1944. Hij redde bij de verovering van het Wilhelminakanaal het leven van zijn kameraden. Helfhaftig ving hij de explosie van een granaat op, door zich met zijn lichaam op de granaat te gooien. Voor deze daad kreeg hij postuum de hoogste Amerikaanse militaire onderscheiding: de Medal of Honor. Ik vind het monument mooi, in de vorm van een bloem die ook aan een parachute doet denken. In het midden een foto van Joe Mann. Het monument ligt er goed verzorgd bij, met verse bloemen en wat plantjes. Er is een informatiebord én er ligt een ingesealde brief van familie, gedateerd Kerstmis 2019. “Je wordt gemist, maar bent nooit vergeten.”

Best

Ik mag volgens de kaart twee plekken bezoeken in Best, aan de andere kant van de A2. In het centrum, op de hoek Nazarethstraat/Hoofdstraat, ligt weer een kei met een informatiebord en de mogelijkheid om met de smartphone een geluidsfragment af te spelen. Ik fiets erheen. Er zitten drie pubers bij de kei en ze hebben het over de Amerikaanse verkiezingen. Over Trump en Biden, zelfs over artiest Kanye West die even een gooi leek te doen naar het presidentschap. Ik ben bij de kei bezig met het verleden.

De bevrijders van Best komen uit Schotland. Als op 17, 18 en 19 september duizenden Amerikaanse parachutisten landen in het gebied tussen Best en Son, denken de Bestenaren dat de bevrijding nabij is. Maar de Amerikanen hebben een andere opdracht. De verovering van Best wordt opgedragen aan de 15e Schotse Divisie. Die ondervinden dat de Duitsers Best hebben veranderd in een bolwerk. Vanaf 21 september vinden er hevige gevechten plaats in het centrum, bij de spoorlijn en in buurtschap de Vleut. Het duurt tot 24 oktober voordat de Schotten Best weten te bevrijden.

Ik fiets naar de Hokkelstraat, in het noorden van Best. Er zou volgens de fietsroutekaart een tweede augmented reality-ervaring zijn hier. Let op: sla de Hokkelstraat gerust over. Als ik er ben en mijn smartphone erbij pak, blijkt dat ik heel ergens anders moet zijn: in de Sonniuswijk, waar ik vandaag begon. Het filmpje dat je zou kunnen afspelen op die plek, gaat over de 90e verjaardag van John Nasea Jr. in de Helenahoeve, decennia nadat hij daar werd verzorgd in 1944. Ik schreef erover eerder in deze blog. Een slordig foutje op de kaart.

Ik ga weer onder de snelweg door en ben weer in de buurt van Museum Bevrijdende Vleugels, waar de dag begon. Een laatste stop is hier in de buurt, op de hoek van de Sonseweg en de Schietbaanlaan. Luitenant-kolonel Robert Cole wordt hier herdacht met een monument: een gedenksteen van zwarte natuursteen in de vorm van een parachute. Op de steen is het logo van de 101st Airborne Division en een foto van Robert Cole aangebracht. Ook hier ligt een kei met daarop een bord met meer informatie. Opnieuw een buitengewoon moedige man die sneuvelde bij de felle gevechten in dit gebied en ook Cole werd onderscheiden met de Medal of Honor, de hoogste Amerikaanse onderscheiding. Cole voerde het commando over het 3e bataljon van het 502e regiment in Best. Op 18 september 1944 kreeg hij via de radio het verzoek van een piloot om oranje panelen voor zijn linies neer te laten leggen. Cole besloot om dit zelf te doen. Daarbij werd hij dodelijk geraakt door een Duitse sluipschutter.

Ik fiets terug naar mijn auto, waarbij ik de Joe Mannweg passeer. De Tweede Wereldoorlog is hier nooit ver weg.

Het is mooi geweest. Het is kwart voor negen, de avond is gevallen, binnen een uur is het donker. Ik heb 65 kilometer op de teller: tijd om naar huis te gaan. Het was een interessante rit! Later ben ik nog in Nuenen en Tongelre, waar de heren van Band of Brothers ook actief waren. Maar nu is het tijd om naar huis te gaan. Totaal op de teller sinds begin juli: 468 kilometer. Ik ben bijna op de helft…

Trackbacks

  1. […] ook hier op zo’n grote schaal herdacht worden, net als ik dat eerder aantrof in vooral Son en Breugel? De persoon leunt wat voorover en ik zie als ik beter kijk ook een sik; later blijkt dat we hier […]

Speak Your Mind

*