Route 7 – Oorlog in Beek en Donk, Aarle-Rixtel, Lieshout en Mariahout

Route 7 – Oorlog in Beek en Donk, Aarle-Rixtel, Lieshout en Mariahout
Zondag 26 juli 2020
Afgelegd: 53 kilometer
Totaal: 403 van 1000 kilometer
Eerdere blogs van dit project op een rijtje: klik hier

Zondagochtend. Bewolkt, maar ook een heerlijk zonnetje. Vandaag staat Laarbeek op het programma: een fietsroute met Tweede Wereldoorlog-sporen in de kernen Beek en Donk, Aarle-Rixtel, Lieshout en Mariahout. In het boekje Fietsen door Death Valley De Peel (pdf) staat dat de tocht 28 kilometer lang is; hij is wat langer en door mijn extra lussen uiteindelijk 53 kilometer. Die extra kilometers zitten hem onder meer in een prachtig verhaal waar ik deze week op stuitte dankzij de Beek en Donkse fotograaf Joost Duppen – een mooi verhaal uit de Bavaria-geschiedenis. Lees verderop meer. Voor inspiratie dank ik ook de drie lokale heemkundekringen, er staat veel nuttige informatie in hun Bevrijdingskrant (pdf).

Rondje Laarbeek is de laatste route uit genoemd boekje van Death Valley De Peel, ik heb ze nu alle zeven gehad. Na vandaag routes wat verder van huis!

De Heikant, De Biezen en Broekkant

Ik wilde beginnen in het centrum van Aarle-Rixtel, maar kon met de auto vanwege onderhoudswerkzaamheden niet over de brug gelegen aan de Bakelseweg. Ik parkeerde hem dus maar bij de voetbalclub waar ik zelf nog een blauwe maandag schitterde in het zevende, ASV ’33. Ook op de route en binnen 300 meter had ik al mijn eerste point of interest te pakken. De zon scheen goed, net voor negen uur in de ochtend. We zijn begonnen.

Op de hoek van de Bakelsedijk en de Asdonkweg is in 1995 een monument opgericht voor zes inwoners van Aarle-Rixtel die sneuvelden tijdens de oorlog. Er is een kleine kapel. Achter een gietijzeren hekwerk staat een wit natuurstenen beeld van twee mensenfiguren. De namen van de Aarlese slachtoffers zijn te lezen op een zwarte marmeren plaquette. Erboven staan de acht namen van geallieerde soldaten. Zeven ervan waren aan boord van de Halifax DT-783, een vliegtuig dat hier op de Heikant crashte op 28 juni 1943. De bommenwerper was op weg naar Keulen voor een groot bombardement. Bijna 550 vliegtuigen haalden hun doelwit en zetten Keulen in vuur en vlam, 25 gingen voortijdig verloren door Duitse tegenaanvallen. De Halifax die hier neerstortte, was er een van. De laatste gesneuvelde was de piloot van een typhoon die neerstortte op Nieuwsjaarsdag 1945 – over hem later meer. Veertien namen in totaal; de oudste was nog maar 29 jaar.

De weg gaat naar Beek en Donk via onder meer de buurtschappen de Heikant, De Biezen en Broekkant. Pas als je zo rondfietst, kom je erachter hoeveel buurtschappen er wel niet zijn in het buitengebied. Na iets meer dan vijf kilometer arriveer ik bij de Brabantse Kluis, een tot restaurant en hotel omgebouwde langgevelboerderij met erachter het boerenbedrijf. Ernaast het prachtige Missieklooster Heilig Bloed uit 1903, waar zo’n dertig missiezusters wonen, met daarachter een kloostertuin met onder meer een Mariagrot. In die jaren waren veel bewoners van het klooster van Duitse komaf. Men was bang dat de Duitsers het klooster toe zouden eigenen, om er een noodhospitaal te realiseren. Dit is nooit gebeurd; het klooster werd voor veel betere doeleinden gebruikt. Joodse onderduikers, politieke onderduikers, verzetsmensen en Engelse en Amerikaanse piloten die naar beneden waren geschoten, werden opgevangen en verzorgd als ze gewond waren. De zusters waren bescheiden heldinnen; ze bleven opvangen en verzorgen, ondanks veelvuldige controles van de Gestapo. Ik lees op deze pagina van Traces of War dat er direct na de oorlog ook valse beschuldigingen waren aan het adres van de zusters, over pro-Duitse activiteiten zoals spionage en het doorspelen van informatie. Dat werd allemaal nog even heel vervelend, maar een bezoek van Koningin Wilhelmina en een internationale oorkonde maakten gelukkig een einde aan alle vervelende speculaties.

Beek en Donk

Via de Peeleindsestraat en de Lekerstraat (WiSH Outdoor!) rijd ik Beek en Donk binnen over de Donkse kanaalbrug, bij sluis 6.

Ik rijd eerst via de Koppelstraat naar het gemeentehuis van Laarbeek. In het park ernaast is het oorlogsmonument van Beek en Donk te vinden, dat leerlingen van basisschool De Heindert de goede titel Altijd gaven. Bijzonder: het voorste element is een authentieke pijler van de Donkse brug die tijdens de oorlog werd vernield. Erachter een oude klok uit een voormalig patersklooster. Het is vroeg en nog lekker rustig in het dorp. Ik rijd de Muziektuin in, die ik prachtig blijf vinden met het water, de kiosk en de treurwilgen.

Terug naar de Donkse brug, waar enkele informatiepanelen zijn neergezet over de Zuid-Willemsvaart, de historie van de kanaalzone en de bloeiende spijkerfabriek die zo belangrijk werd voor Beek en Donk: P. Van Thiel & Zonen. Mijn overgrootvader (in 1943 overleden aan tbc) werkte nog in deze fabriek van Piet van Thiel en zijn drie zonen; broers van Piet trokken naar Helmond en begonnen onder meer het bedrijf waaruit later Nedschroef ontstond. Kortom, succesvolle ondernemers. Aan de overkant van het kanaal nog een originele loskraan, wat verderop het fraaie fabrieksgebouw dat gelukkig behouden is gebleven.

Ik fiets naar het kerkhof in de Kapelstraat en zie veel stenen met Van Thiel erop, de familie heeft hier ook een grafkelder. Het is een mooie begraafplaats en ook de kerk is trouwens prachtig. Oorlogsgraven zijn hier niet. Tegen de gevel van de kerk is de originele grafzerk (1894) te bewonderen van het graf van Piet van Thiel, tegenwoordig ligt er een nieuwere steen op.

In de Bevrijdingskrant van de heemkundekringen (pdf) las ik al over de Kapelstraat. Op 11 mei 1940 kwamen de Duitsers via Gemert Beek en Donk binnen. Ze trokken verder door de Kapelstraat. Hierbij vielen onder de bewoners van de Kapelstraat twee doden en twee gewonden en sneuvelen twee Nederlandse militairen. De meest aangrijpende: Wim Peeten keek door het raampje van de voordeur naar de Duitse soldaten; door de deur heen werd hij dodelijk getroffen. Hoe zinloos kan een moord zijn. De familie verloor een 27-jarige geliefde, voetbalclub Sparta ’25 verloor een zeer talentvolle selectiespeler.

Opnieuw fiets ik terug richting Zuid-Willemsvaart: de route gaat verder via de Pater de Leeuwstraat en De Hei. Next stop: Mariahout.

Mariahout

Ik kom aan bij knooppunt 26, kruispunt Grensweg, De Hei en Schaapsdijk. Een bed & breakfast uit de omgeving heeft deze hoek recent heel leuk aangekleed: er is een veld vol wilde bloemen en een kleurrijk bord waarop mij een fijne zomer wordt gewenst. Ook hier een kapelletje, maar hier heeft het niets met de oorlog te maken. En er is een info-bordje van Death Valley De Peel over Knokploeg De Margriet. Ik had hem pas op de Sparrendreef verwacht, dit is een fout in het routeboekje. Het kaartje van Laarbeek op de pagina’s 34-35 bevat nog een paar foutjes; ik zal ze doorgeven voor een eventuele tweede druk.

Knokploeg De Margriet, opgericht in Den Bosch en genoemd naar de derde dochter van prinses Juliana, was een van de actiefste knokploegen van Brabant. Leider was Willy Andriessen en de voormalige militair en zijn mannen waren succesvol. Zo liquideerden ze in Veghel een beruchte collaborateur en in Oss de NSB-burgemeester en overvielen ze de distributiekantoren van Cuyk en Rosmalen. In de bossen van Molenheide, tussen Lieshout en Gerwen, had de knokploeg een schuilplaats. En zo kwam een slager uit Lieshout in aanraking met de knokploeg. Piet Swinkels zat ondergedoken in de bossen om de Arbeitseinsatz van de Duitsers te ontlopen. In zijn dorp had hij al veel betekend: hij hielp Joden en geallieerde piloten aan een schuilplaats en zorgde voor een depot voor sabotagemiddelen. Naar dit depot waren Swinkels en twee kameraden op weg toen ze werden aangehouden op 14 augustus 1944. In hun bezit waren twee revolvers, documenten over onderduikers, bonkaarten, persoonsbewijzen en gereedschap voor sabotage aan de spoorwegen. Diezelfde dag werd ook Willy Andriessen opgepakt in Hintham, tegenwoordig een stadsdeel van Den Bosch. De vier leden van de knokploeg werden nog die avond geëxecuteerd in Vught. Piet Swinkels werd 25 jaar. Hij kreeg na de oorlog een postume dankbetuiging van generaal Dwight D. Eisenhower.

Ik weet niet precies waarom de informatie over knokploeg De Margriet hier te vinden is, vlakbij Mariahout. Een plekje in Lieshout of bij Molenheide zou logischer zijn geweest. Wie heeft een verklaring? Laat het me weten in de reacties onder deze blog. Let op: over die bossen bij Molenheide zo meer. Er was nogal wat activiteit daar…

Je kunt via de Schaapsdijk en de Sparrendreef verder – ik wilde voor de zekerheid toch nog even kijken of er een info-bordje was op de Sparrendreef. Zelf nam ik niet de Schaapsdijk omdat in deze Mariahoutse Bossen een mooi mountainbike-parcours ligt. Dwars door de bossen kwam ik vervolgens op de Sparrendreef terecht, waar ik geen bord meer kon vinden. Het is wel een fotogenieke, onverharde weg.

Via de Heidedreef kwam ik op de Rooijseweg, waar ik 700 meter verderop de boerderij met huisnummer 29 wilde fotograferen. Tegenwoordig is er een zorgboerderij voor mensen met dementie, tijdens de oorlog woonde hier de familie Staadegaard, een gezin met elf kinderen. De naam van de boerderij is nog steeds hetzelfde: Woods Place. En dat staat met grote letters op de gevel. Ik lees in de Bevrijdingskrant uit Laarbeek (pdf) dat er in de oorlogsjaren veel onderduikers geschuild hebben in deze boerderij. Het ging met name om piloten, maar ook om mensen die tewerkstelling in Duitsland wilde ontlopen. In de hongerwinter kwamen er kinderen uit het noorden, waar het nog volop oorlog was. Jack Staadegaard en zijn zus Jo Kosse-Staadegaard herinneren zich, zo lees ik, nog veel over de verschillende gasten in hun boerderij; hun ouders waren helden. Overigens, het bedrijf Staadegaard, al jaren prominent aan de weg tussen Beek en Donk en Lieshout, kent zijn oorsprong in dezelfde boerderij. Vader Simon Staadegaard begon ermee in 1933 en nog steeds verkopen ze landbouw-, tuin- en parkmachines.

Terug naar de route uit het boekje, op naar de kern Mariahout! Het is het kleinste dorp van Laarbeek en ik ken Mariahout om twee redenen: vanwege het openluchttheater, waar ik ooit was voor de krant, en natuurlijk vanwege de Lourdesgrot waar vroeger drukbezochte processies werden gehouden. Bij de ingang van het openluchttheater, op de hoek van het Oranjeplein, is sinds vorig jaar een oorlogsmonument. Op een glazen plaat lees ik een herinnering aan de bevrijding: de aanblik van de eerste jeep. Het moet een geweldig gezicht zijn geweest.

Ik bezoek de grot en mijn blik gaat ook even omhoog, naar de toren van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdeskerk. Ik moet erachter zijn, op de begraafplaats. Daar liggen, afgezonderd van alle andere graven, twee Britse militairen: luitenant David Neale Stride en trooper Jack Crompton. Ze liepen in een Duitse hinderlaag aan de Zuid-Willemsvaart bij Keldonk. Broer en zus Staadegaard wisten er meer van, lees ik in de Bevrijdingskrant. “Met een pantservoertuig reden drie soldaten op de Keldonkse brug. Op de brug stond een Duitser die aangaf dat hij zich wilde overgeven. De twee soldaten die in het voertuig zaten, kwamen met hun hoofd omhoog en op dat moment werden ze van achter beschoten. De chauffeur maakte snel rechtsomkeer en reed richting Mariahout. Op de Rooijseweg bij Piet Stoop gebaarde hij dat er iets was. Hij kon niet uit het voertuig, omdat de twee andere soldaten voor hem van onder de doorgang versperden. Met hulp van Stoop werd een luikje opengemaakt en toen kwamen de lichamen naar buiten gerold. Een van de soldaten was al dood, de andere stierf vrij snel.” Traces of War over het drama bij Keldonk: “Dit alles gebeurde onder toeziend oog van de Amerikanen, die vanaf de andere kant van het water de twee Britten probeerden te waarschuwen voor het dreigende gevaar. Helaas kwam de waarschuwing te laat, voordat ze zich beseften wat er aan de hand was waren ze al geraakt.” Op beide graven ligt een Britse legerhelm. De mannen waren 20 en 22 jaar.

Ik volg braaf de knooppunten en bevind me op landelijke wegen als Meerven, Bosven en Knapersven. Via de Vogelenzang fiets ik vervolgens Lieshout binnen.

Lieshout

Lieshout heeft een mooi dorpsplein met het voormalige gemeentehuis, een muziekkiosk en het gezellige Bavaria Brouwerij Café. Op het gemeentehuis aan de Heuvel zou een kleine plaquette moeten hangen met daarop een dichtregel van Jan Campert. Campert was een journalist, dichter en verzetsman die in januari 1943 overleed in concentratiekamp Neuengamme. De tekst: “Er komt een dag na elke nacht / Voorbij trekt ie’dre wolk”. Ik heb alle zijden van het gebouw gezien, maar helaas. Geen bordje. Hopelijk wordt het snel teruggeplaatst in Lieshout.

Nieuw sinds september 2019 is het oorlogsmonument aan het Prinsenhof, een echt hofje gelegen aan de Dorpsstraat. Op het monument staan veertien namen van mensen die direct of indirect in Lieshout en Mariahout het leven lieten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vijf ervan behoren toe aan de bemanning van een Britse bommenwerper die in juni 1943 in Lieshout crashte. Ik open het luikje op het monument en wat fijn: er liggen boekjes met informatie over alle slachtoffers. Soldaat Cornelis Caldenhove was de eerste die ging, op 11 mei 1940. Hij sneuvelde aan de Zuid-Willemsvaart. Ook een onbekende Duitse soldaat wordt genoemd: bijzonder. Ik heb het in een later fietsverhaal nog over het Sinterklaasbombardement in Eindhoven, december 1942. Onder meer het Binnenziekenhuis werd getroffen door de Britse bommen. Lieshoutenaar Adriaan Rooijmans lag er net vier dagen, met een hersenvliesontsteking. Hij heeft het niet overleefd. De eerdergenoemde verzetsheld Piet Swinkels staat op het monument, net als zijn strijdmakker Jac Kruijssen van knokploeg Margriet. En ook de twee soldaten die in Mariahout begraven liggen, worden hier in Lieshout genoemd. Treurig is ook het laatste slachtoffer van WOII. Adriana van den Broek was drie jaar toen ze een maand na de bevrijding werd aangereden door een motor met daarop een Britse soldaat. Ze overleed in het ziekenhuis van Helmond. Onder alle namen: “Vrede is meer dan geen oorlog.”

In de Bevrijdingskrant het verhaal van Louis Doomernik, die erbij was op de bevrijdingsdag in Lieshout, 26 september 1944 (het dorp was al op de 18e bevrijd). Ik citeer: “Overal in de Dorpsstraat hangen feestelijk de vlaggen! De eindeloze en onafzienbare colonnes van het tweede Britse leger komen nu via de nieuwe brug door Lieshout. Meermalen passeren ook colonnes in tegengestelde richting. Je moet soms wel een half uur wachten, eer je de straat kunt oversteken. Per uur komen circa 600 auto’s voorbij. En het doortrekken duurt uren lang!! Het is een schouwspel om nooit te vergeten. Ook vier grote vrachtwagens met Duitse krijgsgevangenen  komen langs!!” Ik maak een foto van de Dorpsstraat, een stukje met wat vooroorlogse panden. Het is er deze ochtend heel wat rustiger dan op die mooie dag in september 1944. Die dinsdag was overigens achteraf een zwarte dag. Het werd definitief duidelijk dat Market Garden niet tot het gedachte succes zou leiden. De operatie werd opgegeven en boven de rivieren moesten ze op de bevrijding wachten tot mei 1945. De hongerwinter van 1944/45 zou catastrofaal worden.

Ik maak even een foto van de kerk en de Bavaria-brouwerij, achter het café aan de Heuvel. Daarna fiets ik door naar het Wilhelminakanaal en de bossen bij Lieshout. Lees verder onder de foto’s; bij die bossen hoort een mooi verhaal.

Drie bruggen en de onderduikhut van een Bavaria-brouwer

Via de rotonde bij Bavaria fiets ik naar het Wilhelminakanaal. Rechts van me staan duizenden kratjes Bavaria te wachten op transport. Ik laat de route uit het boekje even voor wat ie is, Aarle-Rixtel moet even wachten. Direct na de brug fiets ik naar rechts om het kanaal te volgen en even later kan ik nog een mooie foto maken van de Bavaria-mouterij. Ik wil de drie bruggen bij Lieshout even gezien hebben. Degene die ik net passeerde met de rode leuning, de brug bij de Deense Hoek (betekenis: natte, onvruchtbare hoek) met de blauwe leuning en de mooie ophaalbrug bij sluis 5, bij buurtschap Achterbosch. Ze zijn alle drie twee keer verwoest. In 1940 bliezen Nederlandse militairen de bruggen ter verdediging op. De Duitsers moesten zoveel mogelijk hinder ondervinden bij hun opmars. Het dynamiet was al onder de bruggen aangebracht in de dreigende periode voor de inval. De provisorische noodbruggen van de bezetters werden in 1944 door Duitse troepen vernietigd. Na de bevrijding kwamen er pontonbruggen en later Baileybruggen. Ik lees dat niemand minder dan de Britse generaal Montgomery als eerste over de bruggen wilde rijden. In een dagboek: “Die generaal was niet zo bijzonder. Wel viel zijn chauffeur op. Een hele grote pikzwarte neger.” De bruggen waar ik nu overheen fiets, liggen er sinds 1957. Bij de laatste moet ik even wachten, de ophaalbrug doet zijn werk om twee plezierboten door te laten. Twee jongens vissen hier op snoeken, witvissen en baarzen. Er zit van alles, roepen ze.

Via buurtschap Achterbosch rijd ik naar Molenheide, de bossen tussen Lieshout en Gerwen. Ik fiets erin bij het Hoolven: de Merellaan. Uiteindelijk zal ik weer uitkomen in de buurt van de brug bij Bavaria, maar waar ik precies moet zijn in deze bossen weet ik niet. Ik fiets er ongeveer vier kilometer doorheen en het blijft bij fantaseren. Waar zullen ze gewoond hebben? Waar hebben ze op dieren gejaagd en zich gewassen? Het verhaal is bijzonder; Andere Tijden wijdde er in 2005 zelfs een hele aflevering aan. Het is april 1943. Nederland is bijna drie jaar bezet door de Duitsers. De bezetter besluit alle militair getrainde mannen uit Nederland weg te voeren voor de geallieerde invasie. Bavaria-brouwer Jan Swinkels uit Lieshout en zijn zwager Harrie Hamelijnck, hoofdonderwijzer in Beek en Donk, zijn bang dat ze worden weggevoerd in krijgsgevangenschap. Jan Swinkels bouwt daarom samen met zijn broers Frans en Piet een schuilplaats van tentdoek in deze bossen, waar de bierbrouwers een perceel hebben gepacht voor de jacht. Swinkels en Hamelijnck krijgen echter een vrijstelling: de een vanwege zijn leeftijd, de ander omdat hij met zijn brouwerij bijdraagt aan de ‘voedselvoorziening’. Drie industriëlen die minder geluk hebben, mogen van de onderduikhut gebruikmaken. Het gaat om Max van Iersel, directeur van chocolade- en cacaofabriek Kwatta uit Breda, Johan Raymakers, directeur van Raymakers & Co.’s Textielfabrieken uit Helmond en kandidaat-notaris Jan Jacobs uit dezelfde stad. De familie Swinkels zorgt ervoor dat het hen aan niets ontbreekt. Onderduik op stand, heet de aflevering van Andere Tijden niet voor niets. Ontbijt met eieren en spek was niet ongewoon. Er wordt een dagboek bijgehouden en nog veel specialer: er wordt gefilmd. Een film vanuit een onderduikplek: uniek. En de beelden kun je terugzien bij Andere Tijden: klik hier. Twee zoons van de onderduikers komen uitgebreid aan het woord, Eloy Raymakers en Antoon van Lieshout zijn inmiddels niet meer in leven. Die laatste lijkt in de documentaire zelf ook enigszins te gissen naar de precieze locatie van de hut. De onderduikers zelf overleefden de oorlog; ze pakten hun werk weer op. Max van Iersel stierf in 1949 bij een auto-ongeluk. Leuk om te lezen: de blog van Bavaria-historicus Peter Zwaal, die betrokken was bij het onderzoek en de opnames van Andere Tijden.

Aarle-Rixtel

Ik ben weer bij de Bavaria-brug en ga nu naar rechts. Ik volg het kanaal richting Aarle-Rixtel en maak een foto van de Laarbrug. Waar de meeste Baileybruggen in de loop der jaren zijn vervangen, ligt hier nog een prachtig exemplaar. Zo’n noodbrug werd binnen twaalf uur gerealiseerd; op het informatiebord zie ik de boogbrug die er ooit lag. Zonde dat ze allemaal zijn verwoest in 1940.

Via de Laarweg en de Hagelkruisweg rijd ik naar het dorpsplein. Bij het middeleeuwse hagelkruis zou in mei 1940 een Messerschmitt 109E-1 zijn neergestort, in andere bronnen komt de crash niet voor. Meer daarover hier, in een artikel van Traces of War.

In het centrum van het dorp zie ik het voormalige gemeentehuis, de kerk, het kerkhof en opnieuw een mooie muziekkiosk. Ik ken het hier goed, ik heb ruim acht jaar gewerkt bij het communicatiebureau dat in het gemeentehuis is gevestigd. Op de gevel van het mooie pand een klein stalen eerbetoon aan de slachtoffers van de oorlog. Ik fiets de Kerkstraat in. In deze straat woonde de familie Barten. Oudste zoon Harry was postbesteller en werkte daarnaast bij zijn vader in de schoenmakerij. In 1943 kreeg hij bericht dat hij in Duitsland bij de post moest gaan werken. Hij vond een onderduikadres, maar dat zat nog even vol. Op 4 augustus vertrok Harry naar Bremen. Zijn plan was om alsnog onder te duiken bij zijn eerste verlof, drie maanden later. Op 26 november werd Bremen echter door de geallieerden gebombardeerd. Harry Barten haalde de schuilkelder niet en raakte dodelijk gewond door een bomscherf in zijn schedel. Hij was pas 21 jaar oud.

Ik las in het boek van Brabant Remembers een ander verhaal. Johan Wigmans uit Aarle-Rixtel was achttien toen hij zich in 1942 wilde aansluiten bij de geallieerden. Hij wil de oversteek maken naar Engeland, maar dat is natuurlijk lastig. Hij verzint een bizar en wat naïef plan: hij meldt zich aan bij de Luftwaffe in Berlijn. Hij hoopt dat de Duitsers hem naar Afrika sturen, vanwaar hij kan deserteren en zich aan kan sluiten bij de geallieerden. Het lukt niet; Johan wordt naar het Oostfront gestuurd. Een vertrouwelijke brief wordt door de Russen onderschept. Is de Brabander soms een spion? Johan komt in een strafkamp en wordt in 1946 tot tien jaar dwangarbeid veroordeeld. Als hij eindelijk terugkomt in Nederland, wijdt hij de rest van zijn leven aan het vertellen van zijn verhaal. In 2014 overleed hij op hoge leeftijd.

Terug naar het Wilhelminakanaal, opnieuw. Even voorbij de Oranjebrug kruist dit kanaal de Zuid-Willemsvaart en op een groot informatiebord staat informatie over de rol die dit waterkruispunt speelde in de oorlog. Uit een oorlogsreportage van piloot Guy Gibson blijkt dat de splitsing werd gebruikt als een referentiepunt in de aanvliegroute van de aanval op dammen in Duitsland, op 16 en 17 mei 1943. “Onze nieuwe koers zou langs een erg recht kanaal moeten lopen, dat uitkwam in een T-knooppunt, en daar voorbij lag dan de Hollandse grens en Duitsland. Alle ogen begonnen uit te kijken om te zien of we goed waren, want we konden ons geen vergissing veroorloven. En  inderdaad, daar kwam het kanaal heel langzaam van onder de stuurboordvleugel te voorschijn en wij begonnen het zorgvuldig te volgen, recht erboven vliegend, want wij waren nu griezelig dicht bij Eindhoven, dat de reputatie had van een zeer sterke verdediging. Maar na enkele minuten verdween dat ook achter onze staart en wij zagen een glinsterende zilverachtige lijn recht voor ons uit. Dat was waar de
twee kanalen in elkaar liepen, het tweede keerpunt. Wij waren nu precies op de goede koers.” Wing commander Guy Gibson overleed in september 1944 bij een crash in Steenbergen, helemaal in het westen van Noord-Brabant.

Ik passeer Klokkengieterij Petit & Fritsen als ik via het kanaal naar de Klokkengietersstraat fiets. Het familiebedrijf is van 1660! Zowat alle kerkklokken in de regio werden gemaakt door dit bedrijf. Eind 1942 werden ze gevorderd om omgesmolten te worden voor de oorlogsindustrie: van het brons kon onder meer kanonnen, granaathulzen en munitie worden gemaakt. De aanwezige voorraad van Petit & Fritsen werd in beslag genomen, vier bijzondere exemplaren konden net op tijd achterovergedrukt worden. De bezetter heeft geprobeerd de klokkengieterij met een aantrekkelijk bod over te halen medewerking te verlenen aan het verwijderen van de klokken uit de kerktorens van de dorpen van Laarbeek, maar directeur Henri Fritsen heeft dat ondanks dreigementen categorisch geweigerd. Daarnaast zette hij zich in om zeldzame klokken gespaard te krijgen. In Aarle-Rixtel is één kerkklok door de Duitsers meegenomen, in Beek en Donk werden in totaal tien klokken weggevoerd waarvan er drie terugkwamen. Twee bijzondere klokken uit Lieshout (eentje uit 1588!) kwamen nooit meer terug en datzelfde geldt voor drie klokken uit de kerktoren van Mariahout.

We sluiten deze blog af met de regionaal bekende weerman Johan Verschuuren, inmiddels alweer bijna 85 jaar oud. Als jonge jongen zag hij bij buurtschap de Overbrug, vlakbij het café Schevelingen dat daar al zit sinds 1882, een vliegtuig neerstorten. Het was 1 januari 1945 en het betrof een Messerschmitt Bf 109. Piloot Hans-Ulrich Jung (22) was tegen een hoogspanningsleiding gevlogen, zijn vliegtuig vatte vlam en viel in stukken uit elkaar. Verschuuren: “Tussen de brokstukken vond ik prachtige handschoenen. In één daarvan zaten nog de vingers. Maar we werden weggestuurd en moesten alles laten liggen. Op dezelfde plaats kan na 70 jaar nog het horloge van de piloot tevoorschijn!” Foto’s van het opgegraven horloge in dit document (pdf). De Duitser was betrokken bij operatie Bodenplatte, een verrassingsaanval van de Luftwaffe op geallieerde vliegvelden in noordwest Europa. Voor Jung eindigde alles op een veld bij Aarle-Rixtel.

Via het Verliefd Laantje en de Zuid-Willemsvaart keer ik terug naar mijn auto. Het was een mooie tocht, opnieuw. Meer kilometers dan vooraf verwacht. Mooie verhalen die ik voorheen niet kende; ik dank opnieuw de genoemde bronnen. Bovenal dank ik Death Valley De Peel voor het handzame routeboekje. Ik heb nu de zeven fietstochten uit dit boekje gereden; tijd om de provincie buiten de eigen regio te ontdekken.

Trackbacks

  1. […] knooppunt 43 en daarna via de Nieuwstraat richting het Wilhelminakanaal, waarover ik het in mijn vorige blog ook al zoveel had. De Sonse brug die hier ligt, speelde een voorname rol bij de bevrijding in 1944. […]

Speak Your Mind

*