Route 10 – Oorlog in Overloon, Merselo, Griendtsveen, Ysselsteyn en Venray

Route 10 – Oorlog in Overloon, Merselo, Griendtsveen, Ysselsteyn en Venray
Maandag 3 augustus 2020
Afgelegd: 63 kilometer
Totaal: 576 van 1000 kilometer
Eerdere blogs van dit project op een rijtje: klik hier

Een nieuwe week en direct op maandag weer een mooie rit. Het is warm vandaag, maar nog lang niet zo heet als over een paar dagen. Een lange hittegolf staat ons te wachten. Ik begin deze maandag met mijn gezin en een vriendje van mijn zoon in het fantastische Oorlogsmuseum in Overloon. Ik was er als kind geweest, midden jaren 90, en anderhalf jaar geleden was ik er nog met vrienden. Maar ook in die afgelopen achttien maanden is er genoeg veranderd: denk aan de komst van een zweefvliegtuig en twee hele bijzondere tanks, maar denk vooral aan de imposante fietsbrug dwars door hal. Hij is te gebruiken door alle fietsers: ook zonder entreeticket krijg je zicht op meer dan honderd militaire voertuigen. Negentig meter lang en drie meter hoog, uniek in de wereld. Meer over het museumbezoek onderaan, inclusief veel foto’s. Ik wil graag beginnen met de fietstocht. Provinciegrensoverschrijdend is ie dit keer: ik ben vandaag met name in Limburg. De route heet Aan de andere kant (pdf): je wordt regelmatig geconfronteerd met de spanningsvelden van de Tweede Wereldoorlog. Geallieerd tegenover Duits, daders versus slachtoffers, goed tegenover fout en levend tegenover dood. Er zijn eind 2019 zes halteplaatsen onthuld op de route; zitbankjes waar de verhalen tot je komen. Nu nog via teksten op de achterzijde van de fietsroutekaart, binnenkort ook hoorbaar via een app.

63 kilometer: dit is route nummer tien!

Overloon

Meer dan vier jaar lang was de Tweede Wereldoorlog min of meer aan Overloon voorbijgegaan, lees ik op een informatiebord vlakbij het Oorlogsmuseum. Dat veranderde op 26 september 1944. Het front bereikte Overloon toen de smalle doorgang die bij operatie Market Garden was bevrijd, werd verbreed. Dat verliep allemaal voorspoedig, tot aan Overloon. Hier gaven de Duitsers zich niet zomaar over. Op 30 september zetten de Amerikanen de aanval in, Duitse Panther-tanks en Amerikaanse Sherman-tanks bestookten elkaar onophoudelijk. Na negen intensieve dagen werden ze afgelost door de Engelsen. De strijd was zeer fel. Door hevige regenval was Overloon veranderd in een grote modderpoel. De hel brak pas echt los na 12 oktober. Anderhalf uur lang bestookten de geallieerden de Duitse stellingen met zware artillerie en luchtaanvallen. Meer dan 100.000 granaten vlogen de Duitsers om de oren. Heel Overloon lag in puin en er waren aan beide kanten enorme verliezen. Maar er waren ook ontwikkelingen: huis voor huis werd veroverd en ook bij de felle gevechten in de bossen trokken de Britten aan het langste eind. Op 14 oktober viel het laatste bolwerk van het dorp, de kerk. De nog aanwezige Duitsers werden gevangen genomen. Overloon was bevrijd. Maar was een totaal verwoest dorp.

Het duurde bijna drie weken voordat Overloon en het zuidelijker gelegen Venray werden bevrijd. De Slag bij Overloon staat bekend als de zwaarste tankslag die ooit op Nederlands grondgebied heeft plaatsgevonden. Geschat wordt dat tijdens de slag meer dan duizend militairen sneuvelden en er zeker ook zo’n zelfde aantal gewond raakten. Interessant: deze uitzending van het programma Andere Tijden.

De tocht begint bij het museum dat hier op 25 mei 1946 werd geopend: het eerste museum in West-Europa over de Tweede Wereldoorlog. Voor ik over de splinternieuwe brug door het museum fiets, zie ik de eerste halteplaats van de fietsroute. Een houten zitbank, in tweeën gedeeld door een dikke cortenstalen plaat waaruit de contouren van een mensfiguur zijn gesneden. Bij deze halte hoort het verhaal van de initiatiefnemer van het museum: Harrie van Daal. De in 1908 geboren ambtenaar was diep onder de indruk toen hij door ‘zijn’ Overloon liep na de bevrijding. Hij was ook in Ieper geweest na de Eerste Wereldoorlog; nu was ook zijn Overloon compleet verwoest. Hij komt op het idee om een museum te starten in het kapotgeschoten bos. Dertig dorpsgenoten dragen ieder vijftig gulden bij en dat terwijl de wederopbouw nog moet beginnen. Bij de opening werd ook de gedenksteen onthuld met een quote van Van Daal. “Sta een ogenblik stil bezoeker en bedenkt dat de grond waarop gij nu vertoeft eens een van de felst omstreden sectoren was van het slagveld Overloon. Bitter is hier gevochten in man-tegen-man-gevechten. Vele jonge levens, aan de slagvelden van Nettuno en Normandië ontkomen, vonden onder deze bomen hun einde.” Er zijn op het museumplein diverse informatieborden over de Slag bij Overloon en de opening van het museum, er is een luisterplek, een kaart met alle vliegtuigcrashes in deze omgeving en er is een monument voor de soldaten van de zevende Amerikaanse Pantserdivisie die hier hun leven gaven.

Die fietsbrug is, zoals gezegd in de inleiding, een fantastische ervaring. Wát een meerwaarde voor het museum. Ik kijk neer op de vele jeeps, tanks, vliegtuigen en andere voertuigen. Het is druk in het museum, uitverkocht zelfs: mooi na de vervelende Corona-periode. Bij het wegfietsen van het museum stuit ik nog op een Baileybrug. Je kunt er ook overheen lopen. Ik fiets vervolgens door het dorp en zie op de Venrayseweg op een informatiebordje een foto van de kerk die verloren ging, bij het kruispunt waar hij ooit stond. Uiteraard bezoek ik Overloon War Cemetery, een Brits ereveld aan de Vierlingsbeekseweg. Er liggen 280 doden. De begraafplaats is maar een paar minuten fietsen verwijderd van het oorlogsmuseum en je fietst door de bossen waar destijds zo vreselijk hard gevochten is.

Merselo

Ik fiets een kilometer of zes en ben dan in Merselo, een dorp met duizend inwoners waar ik nog nooit van gehoord.

Aan het Grootdorp zou een monument moeten staan, volgens de fietsroutekaart. Een monument voor verzetsheld Frans Michiels. Het is er niet te vinden en als ik zoek op mijn telefoon, blijkt het monument ook helemaal niet in dit dorp te staan. Het staat in Leunen, onder Venray. Wel op het Grootdorp: de korenmolen Nooit Gedacht, indertijd van molenaar Lambert Michels. De vader van.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderscheidde molenaarszoon Frans Michels zich als een belangrijke verzetsstrijder. Er werd op de molen veel clandestien gemalen voor de onderduikers en anderen die niet met distributiebonnen uitkwamen. Om veiligheidsredenen deed Frans, de oudste molenaarszoon, dit ’s nachts. Hij deed echter meer dan in het geheim malen, hij had de zorg voor zo’n tachtig onderduikers en waarschuwde voor een ophanden razzia door de molenwieken in de stand onveilig te plaatsen. Bovendien verzamelde hij ’s nachts informatie over de Duitse troepen. Dat soort informatie bracht hij door de linies heen naar het Tweede Britse Leger. Op 16 oktober 1944 werd Merselo bevrijd. Helaas heeft Frans niet lang van de vrijheid mogen genieten. Bij een verkenningstocht werd hij door vijandelijk vuur getroffen, in het veld tussen de nabijgelegen dorpen Leunen en Oirlo. Hij voerde daar een verkenningstocht uit in het toen nog door de Duitsers bezette gebiedsdeel. Zijn stoffelijk overschot is enige tijd later met een kogelverwonding in de rug geborgen.

Net buiten de dorpskern, bij buurtschap Daland, een nieuwe halteplaats. Hier lees ik het verhaal van Karl Schipper. Een Duitse soldaat; net als zijn broer meldde hij zich als vrijwilliger aan bij de Wehrmacht. Schipper vocht in Palermo, op de Balkan en in Afrika. Zijn laatste gevecht leverde hij bij de Slag bij Overloon. Op 6 oktober 1944 wordt Schipper, bijna 23 jaar, rond 17:15 uur getroffen door granaatscherf. Hier, inde omgeving van het houten bankje. Hij sterft even later aan zijn verwondingen en ligt sinds 1947 begraven op de Duitse oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. Daar kom ik straks nog; ik besluit het graf op te zoeken. Als je het verhaal leest, besef je dat het ook bij de Duitsers maar om gewone jongens ging. Het waren geen beesten, maar mensen. Ze streden alleen aan de andere kant.

Ik fiets door de bossen van de Kempkensberg en zie een reetje lopen. Dat gebeurt vaker, maar meestal ben ik veel te laat als ik eindelijk mijn smartphone in mijn handen heb. Nu kan ik eindelijk wat foto’s en een filmpje maken. Euforie.

Peelkanaal en Griendtsveen

Nu volgt een kilometer of zeventien door een gebied met veel weilanden en akkers. Ik laat het dorp Ysselsteyn nog even links liggen en passeer vervolgens het Peelkanaal twee keer. Dit kanaal is in 1939 door werklozen gegraven als onderdeel van de Peel-Raamstelling. Deze tachtig kilometer lange verdedigingslinie met mijnenvelden, kazematten, prikkeldraadversperringen en loopgraven liep van de Maas bij Grave tot aan de Belgische grens bij Weert. Er liggen nog steeds ontzettend veel bunkers, tegenwoordig bewoond door vleermuizen. Een exemplaar fotografeer ik van dichtbij. Het stuk van de fietsroute ten westen van het kanaal, ligt op Brabants grondgebied. Bij het dorp Griendtsveen ben ik weer in Limburg. Een deel van de route fietste ik ook al tijdens mijn tocht door Deurne.

Ik fiets langs de N270 bij Ysselsteyn en stop bij een monumentje dat de crash van de Taylorcraft Auster Mk V NJ669 herdenkt. Op 11 oktober 1944 kwamen hier twee vliegers van de Royal Canadian Air Force om het leven: Emile Piché en Arthur Horrell. Op een gedenksteen is een propeller gemonteerd, een informatiebord vertelt het hele verhaal. Op de achterzijde een kaart met veel meer crashes in deze omgeving.

Ik loop met mijn fiets door het hoge gras om een bunker van dichtbij te fotograferen en daarna fiets ik door naar de fundamenten van een munitiedepot, even voorbij de gedachteniskapel die herinnert aan de vervolging van de katholieken in Noord-Brabant. Het is gebouwd voor de bezetting, ook weer als onderdeel van de Peel-Raamstelling. Het gebouwtje moet zo’n zes bij vier meter geweest zijn; je loopt een meter of twintig over een bospaadje om er te komen. Een lokale stichting zorgde voor een informatiebord op deze plek.

Volgens de fietsroutekaart zou hier weer een mooie halteplaats moeten zijn; ik denk dat deze nog geplaatst gaat worden. Hij staat er nu nog niet. Ik lees het verhaal dat erbij hoort. Het gaat over de Amerikaanse soldaten George Renda en Aloysius Gonsowski. Ze worden op de Kamphoefweg, vlakbij Overloon, getroffen door Duits artillerievuur. In februari 1977 vonden twee jongens met een metaaldetector een helm; daarna werden er ook nog schoenen, een portemonnee, een tweede helm, een pakje met brieven, een gouden ring en de stoffelijke resten van twee mensen gevonden. Dankzij twee identificatieplaatjes weten we wie de mannen zijn: Renda en Gonsowski. Ze zijn hier destijds in een ondiepe kuil begraven. In oktober 2009 werd op initiatief van een van de vinders een monumentje opgericht op de exacte vindplaats.

Ik fiets door en bij knooppunt 26 nader ik Griendtsveen. Bij dit knooppunt zijn fundamenten zichtbaar van de turfloods van de oude Deurnese Turfstrooiselfabriek. Deze fundamenten dateren uit het jaar 1869. In de fabriek werd turf uit de grootschalige vervening in het gebied verwerkt door de gemeente Deurne. In 1944 is de fabriek door oorlogsgeweld vernield. Directeur was toen overigens Wouter Kortooms, vader van auteur Toon Kortooms. Je vindt naast de fundamenten het Toon Kortooms Park.

Ik schreef het al in mijn blog over Deurne, ik vind Griendtsveen prachtig. Ik fiets over de brug van de Pastoor Hendriksstraat, bij de bekende Herberg de Morgenstond. Er staat een bordje met een foto van vroeger; het huis op de achtergrond staat er nog. Even later rijd ik over de prachtige ophaalbrug bij de Ericaweg, een gemeentelijk monument uit 1905. Hier staat het woonhuis van de familie Van Doorne; in de blog over Deurne had ik het al over zoon Hub. Verderop, aan de Grauwveenweg, fotograaf ik nog een bunker bij een agrarisch bedrijf.

Ysselsteyn en de Duitse oorlogsbegraafplaats

Op de Paardekopweg moet ik naar links, richting de Duitse oorlogsbegraafplaats. Ik fiets echter eerst een kilometer de andere kant op: volgens de kaart moet er een Wehrmacht huisje staan. Ik vind hem, ter hoogte van Paardekopweg 11a. Het huisje staat ongeveer 100 meter verderop. Ze werden bewoond door Duitsers die zoeklichten bemanden, vaak een man of zes per huisje. Ik schreef al eerder: als een bommenwerper werd gevangen in een lichtbundel, leidde dat eigenlijk bijna altijd tot een fatale afloop voor de geallieerden.

Terug naar de route. Op de Paardekopweg fiets ik nog langs een informatiebordje over hier gevestigde werkkampen uit de jaren 30, voor werkloze landgenoten die in de Peel aan de slag konden – hier was werk genoeg. In de oorlog werden de barakken gebruikt strafgevangenissen voor kleinere vergrijpen. Ik fiets door, ga rechts de Timmermannsweg op en na 850 meter ben ik er. De Duitse Oorlogsbegraafplaats. Ik was er begin juni voor het eerst en ook vorige week was ik er nog even; ik wandelde ik met mijn gezin in de bossen achter de immense begraafplaats. Er is daar ook een ingang. Een belangrijke plek voor deze fietsroute, die het thema de andere kant heeft. Natuurlijk waren ze onze vijanden, de Duitsers, maar vaak waren het ook maar gewoon jonge jongens die de oorlog in werden gestuurd. Die sneuvelden en daarbij achterblijvers veel verdriet bezorgden. Er liggen hier meer dan 31.000 van dit soort jongens begraven. In vak H vind ik het kruis van Karl Schipper, waarover ik net schreef. Op het haltebankje voor de begraafplaats lees ik het verhaal van Kapitein Timmermans. Hij zat tijdens de oorlog korte tijd in krijgsgevangenschap en dook erna onder. In maart 1945, na de bevrijding van Zuid-Nederland dus, raakte hij gewond bij de ontploffing van een Duitse houtmijn. In het ziekenhuis raakt hij bevriend met een Duitse soldaat. Zijn vooroordelen tegenover Duitsers veranderen voorgoed. Van 1948 tot 1976 zette Timmermans zich in voor de verzoening. Hij legde hier graven aan, verzorgde ze, gaf rondleidingen, identificeerde doden en informeerde nabestaanden. Er is een gedenksteen hier; Timmermans overleed in 1995. Zijn as is hier uitgestrooid. En wie de Duitse soldaat was in dat ziekenhuis? Zijn identiteit is nooit achterhaald.

De oorlogsbegraafplaats is indrukwekkend. Het is de enige Duitse militaire begraafplaats in Nederland. Meer dan 31.000 doden. De oudste was 80 jaar oud, de jongste één dag.

Ik fiets door het natuurgebied De Paardekop, waar ik laatst nog wandelde. Bij die achterdeur waar ik het zojuist over had, is een klein monument voor een gecrasht vliegtuig: de Lancaster HK663. Het vliegtuig stortte neer op 2 november 1944. Sergeant G.P. Kenny uit Trinidad kwam hierbij om het leven. Hij was 37 jaar en ligt begraven in Groesbeek.

Er is hier in de bossen een natuurleerpad; erg leuk om te bewandelen met kinderen. Sinds kort is er een uitkijktoren, 18 meter hoog, waar ik nu ook langs fiets. Online zag ik foto’s van de militaire begraafplaats, genomen bovenin de uitkijktoren. Toen ik er stond, kon ik de graven niet zien. Ik zal het in de winter nog eens proberen.

Drie kilometer verder is het dorp Ysselsteyn. Er is een prachtig, wit kerkje aan het Lovinckplein: de Sint-Odakerk. Het doet me aan de Verenigde Staten denken. Op 16 oktober 1944 werd deze kerk door terugtrekkende Duitsers beschoten, waarbij het licht beschadigde. Ik fotografeer een gedenksteen voor in de oorlog gesneuvelde parochianen: 22 in getal. Ik ben benieuwd naar het verhaal achter Johanna Verhoeven-Arts: ze stierf op 23 oktober 1944. De zin eronder is triest: ook haar kinderen stierven. Ze waren 13, 8, 6, 4 en 1 jaar oud. De namen van de kinderen ontbreken.

Venray

Ik mag weer een kilometer of tien fietsen: op naar Venray. Halverwege een nieuwe halteplaats, met daarbij het verhaal van de Canadees David A. Bridgen. De Duitse piloot Hans Wulff opent op 1 januari 1945 het vuur op het in aanbouw zijnde vliegveld in Helmond (zie ook deze blog). Als hij weer optrekt, ziet hij kans ook de Spitfire van de Canadese piloot David A. Bridgen te raken. Die probeert nog te landen nabij de plek waar ik nu sta, maar het toestel slaat over de kop en vliegt in brand. Bridgen heeft geen schijn van kans. Hij ligt begraven in Groesbeek. Maar ook het Duitse toestel is geraakt. Hij stort ook neer, op vijftig meter van de Spitfire. Hans Wulff heeft zich tijdig met zijn parachute kunnen redden. Hij kneust beide benen bij de landing en wordt later die dag door de Engelsen gearresteerd. In een Britse gevangenis ontmoet hij vervolgens de liefde van zijn leven. Ze trouwen in 1948 en tot zijn dood in 1997 woont de Duitse piloot in Engeland.

Helemaal in het westen van Venray fiets ik langs het Venray War Cemetery, een Britse militaire begraafplaats aan de Hoenderstraat. Er liggen 692 soldaten begraven; ze zijn bijna allemaal omgekomen tijdens de hevige gevechten in Overloon en Venray. Het is muisstil hier, enkele auto’s razen voorbij. Ik pak het boek even erbij dat in een kastje wordt bewaard: bezoekers schrijven hierin wat ze voelen na hun bezoek. In Mierlo vond ik enkele weken geleden ook woorden van familieleden van soldaten. Hier zijn het vooral landgenoten die hun respect tonen.

Vlakbij het centrum is de Vredeskerk, sinds 2001 zijn er kantoren in gevestigd. Buiten een mooi vredesmonument uit 1971. Er staan zeventien betonnen zuilen, een toren van vier zuilen met carillon, een marmeren grafsteen, zes marmeren gedenkplaten en een ‘Lamp der Broederschap’. Op een van de gedenkplaten is een kaart van de provincie Limburg aangebracht met daarop de locaties van oorlogskerkhoven. Op de zuilen zijn de namen van Nederlandse, Engelse en Duitse steden aangebracht, die door de oorlog getroffen zijn en die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het vredesmonument. Het past mooi bij het thema van de fietsroute van vandaag. Ook Duitse steden.

Er is veel gezelligheid in het centrum van Venray. Er staan wat kermisattracties en kramen met lekkernijen. De terrasjes zijn goed gevuld; ook hier is het zomervakantie. Op het Monseigneur Goumansplein tref ik weer een luisterplek met een verhaal. Als de strijd in Overloon gestreden is, kunnen geallieerde tanks en manschappen eindelijk richting Venray gaan. Vanuit de kerktoren van Venray, ook wel bekend als De Wachter van de Peel, kunnen de Duitsers de troepenbewegingen van de geallieerden goed observeren. Ze nemen de Britten steeds onder vuur. Het gebied bestaat uit zompige weidegronden, door de hevige regenvallen uit hun oevers getreden beken en zware bebossing. Geen makkelijk terrein voor de enorme tanks. De opgeblazen bruggen en uitgestrekte mijnenvelden zijn daarnaast een forse hindernis. Op de grond wordt hevig gevochten, de Britten zetten stevig door. Maar Venray krijgt het vanuit de lucht ook zwaar te verduren. De kerktoren van de St. Petrus Banden-kerk moet hoe dan ook worden uitgeschakeld. Pas op woensdag 18 oktober rijden de eerste Britse tanks een zwaar beschadigd Venray binnen. De Wachter van de Peel is tegen die tijd een ruïne. De toren is opgeblazen, het dak en gewelf van de kerk is ingestort. In 1947 en 1948 is de kerk hersteld.

Via de Overloonseweg begin ik aan het laatste stuk van vandaag. Er zijn nog drie plekken waar ik even stil bij sta.

Opnieuw een Wehrmacht huisje en wat leuk: dit is de eerste waarbij ik ook een foto kan maken door het raam. De meeste huisjes die ik de afgelopen weken tegenkwam, kregen een functie. Er zijn bijvoorbeeld kleine musea van gemaakt, of ze zijn zelfs nog bewoond. Deze is in verval; ik ben benieuwd of hij nog wordt opgeknapt. Hij staat pal aan de Overloonseweg.

Even verderop het Norfolk Monument, een piramide van baksteen met erbovenop een beeldje van een soldaat. Het is opgericht ter nagedachtenis aan de militairen van het 1ste bataljon van het Royal Norfolk Regiment, die tijdens de slag bij de Loobeek (tussen Overloon en Venray) zijn gesneuveld. De Loobeek werd niet voor niets de Bloedbeek genoemd: de strijd was hevig. Er was een veteraan aanwezig toen het monument in 1988 werd onthuld.

En dan een laatste halteplaats, vlak voor ik weer bij het Oorlogsmuseum arriveer. Het gaat over de Brit John Lincoln, pelotonscommandant bij Norfolk-regiment. Hij was erbij tijdens de hevige gevechten hier, in het drassige gebied tussen Overloon en Venray. De verovering duurde drie dagen, hier een goed verhaal van de NOS over de uitputtingsslag. Lincolns peloton bestond uit dertig man, slechts twaalf bleven er ongedeerd. Hijzelf ook. Hij raakte later wel gewond bij gevechten rond het Duitse Kevelaer, maar hij overleefde de oorlog. Na de bevrijding kwam hij nog geregeld naar deze streek om zijn gevallen kameraden te gedenken.

Ze zitten erop, 63 kilometer. Het is half zeven geweest, ik heb honger. Een ijsje bij ijssalon Clevers heb ik wel verdiend.

Oorlogsmuseum Overloon

Tsja, en dan het oorlogsmuseum. Ik hoor bij de kassa dat het al weken ontzettend druk is. Mensen moeten online reserveren vanwege de Corona-maatregelen, en bijna alle tijdsloten van deze week zijn al volgeboekt. Ontzettend goed nieuws voor dit belangrijke museum; ze krijgen geen subsidies en zijn dus echt gebaat bij de entreegelden. Wekenlang kwam er niemand binnen. Vervelend voor de kas, maar het personeel heeft ook goede dingen kunnen doen in de tijd die vrijkwam. De brug is optimaal uitgetest, er kwamen nieuwe tanks, de fietsroute is gelanceerd. Onder de streep zal 2020 hopelijk een jaar worden waar het museum met een fijn gevoel op terugkijkt.

We worden ontvangen met een kop koffie en gaan het museum in. Er is een vaste expositie over Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Acht personen vertellen hun verhaal: denk aan Koningin Wilhelmina en nazipoliticus Arthur Seyss-Inquart, maar ook aan het Joodse meisje Hélène Egger en Corrie Holvast, die de hongerwinter meemaakte. Er worden veel voorwerpen getoond, er is goede informatie, er zijn indrukwekkende voertuigen zoals de gepantserde bankauto waarin de koninklijke familie wegvluchtte na de inval en een boot van Engelandvaarders. De Tweede Wereldoorlog vanuit diverse gezichtspunten: de kinderen zijn onder de indruk.

In een grote hal zien we vervolgens de tanks, vliegtuigen, jeeps en al het andere materieel. Een deel kwam rechtstreeks van het slagveld bij Overloon. Sherman-tanks, Duits Flak en Pak-geschut en een Panther-tank, het gigantische BARC amfibievoertuig, een Spitfire en een Mitchel-bommenwerper – het is echt opnieuw indrukwekkend. We zien ook de Horsa Glider, nieuw in het museum: het is een unieke replica van het houten zweefvliegtuig dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingezet. Er zijn ook twee nieuwe tanks die zeldzaam zijn. Erg mooi gemaakt zijn enkele diorama’s, zoals soldaten in een besneeuwd gebied. We lopen langs een munitieverzameling met bommen, kogels en granaten en we zien de prachtige maquette van Overloon, direct na de bevrijding. De kerktoren is inderdaad verdwenen en het is goed zoeken naar een niet beschadigde woning.

PR-functionaris Janneke Kennis is vandaag bezig met een nieuwe promo-film en we mogen figureren. Erg leuk, ook voor de kinderen: we mogen op een Churchill-tank klimmen. Deze tank reed bij Overloon in een mijnenveld op een mijn, waardoor de bodem werd ingedrukt en de tank uitbrandde. Drie bemanningsleden wisten gewond uit de tank te komen, de twee bemanningsleden in de koepel waren op slag dood. We kijken naar binnen: ongelofelijk dat deze tank met dat bijzondere verhaal hier nu gewoon staat, 75 jaar later. Met Janneke rijd ik even later ook een eerste keer over de nieuwe brug en we maken foto’s bij het amfibievoertuig en bij het haltebankje, buiten. Ze neemt haar tijd; geweldig. Ze heeft een hectische dag en we zijn het er wel over eens; dat zijn wel altijd de leukste.

Het was een bezoek dat ik niet zal vergeten; we komen zeker terug als de kinderen wat ouder zijn. Naast Janneke Kennis wil ik erg graag haar collega Marlon van der Linden bedanken voor de fijne ontvangst.

Dit was route 10, in totaal staan er nu 576 kilometers op de teller! De komende ritten zijn zwaar vanwege de hoge temperaturen, ik begin ze heel erg vroeg in de ochtend. Vrijdagochtend 7 augustus ga ik waarschijnlijk richting Uden, Zeeland, Schaijk en Grave.

 

Comments

  1. H. Verhoeven zegt

    Hoi Perry,

    Mooi verslag, ik heb al geen idee meer hoe ik hier terecht kwam. Wat Johanna Verhoeven-Arts betreft:

    Op 23 oktober 1944 waren er zware bombardementen in Veulen. Daar evacueerde de familie Verhoeven. Johanna en vijf van haar kinderen waren vertrokken en Harry Verhoeven moest nog iets pakken en kwam met het zesde kind achterna.

    En voltreffer beëindigde het leven van Johanna (46), Jeu (13), Bert (8), Cato (6), Martin (4) en Tineke (1). Harry zag het met Truus gebeuren maar moest direct vluchten.

    Harry heeft nog de rest van z’n leven in het huis gewoond waar dit drama plaatsvond. Hij is hertrouwd na de oorlog en was mijn opa die ik helaas nooit heb gekend.

Trackbacks

  1. […] haltebankjes in de omgeving van Overloon en Ysselsteyn zijn gemaakt van deze metaallegering (zie deze fietstocht). Albert Vleer is de ontwerper van de silhouetten en hier op de Gagelstraat tref ik een […]

  2. […] ook nog eens de watertoren, het raadhuis, de molens en de kerk op. Eerder bezocht ik Meijel en Overloon, die zware oorlogsjaren hebben gekend. Vandaag leer ik dat ook Gilze het zwaar te verduren heeft […]

Speak Your Mind

*