Route 11 – Oorlog in Uden, Schaijk, Herpen, Grave, Reek en Zeeland

Route 11 – Oorlog in Uden, Schaijk, Herpen, Grave, Reek en Zeeland
Vrijdag 7 augustus 2020
Afgelegd: 67 kilometer
Totaal: 643 van 1000 kilometer
Eerdere blogs van dit project op een rijtje: klik hier

Het wordt vandaag 35 graden Celsius, dus ik sta al om zes uur naast mijn bed. Het is ruim een half uur rijden naar mijn startplek Uden en om 7:35 uur start ik de app Runkeeper, waarmee ik achteraf steeds de plattegrondjes genereer. Zon, blauwe luchten, ik hou ervan. Vandaag weer een Liberation Route Brabant van Brabant Remembers. Hij is 45 kilometer volgens de fietskaart, maar omdat ik er lussen aan vastplak naar Uden en Grave kom ik vandaag op 67 kilometer. De route heet Landerd, naar de fusiegemeente waartoe Zeeland, Schaijk en Reek sinds 1994 behoren. Ik lees over plannen om Uden hieraan toe te voegen en het geheel dan Maashorst te noemen; vind ik een mooiere naam. Vandaag heb ik vooral genoten van natuurgebied Keent en een aftakking van de Maas, waar tijdens de oorlog een vliegveld lag. Noemenswaardig zijn ook zes stalen silhouetten in het landschap, die verhalen vertellen van ooggetuigen van 1940-45. Ze werden in 2019 geplaatst door de gemeente Landerd.

Uden

Ik parkeer mijn auto op het Piusplein, bij Uden War Cemetery, vlakbij het centrum van het dorp. De andere begraafplaatsen die ik tot nu toe bezocht, lagen aan de rand van de dorpen. In dit geval zijn er tientallen balkons die uitkijken op de witte kruizen. Als ik de dag begin, staat er  op de eerste verdieping een vriendelijke man die me wijst op een defect remlicht. Op een ander balkon draait een vrouw langzaam om haar as, haar armen gespreid. Is dit yoga? Ik heb geen idee. Ook haar dag lijkt in ieder geval prima begonnen.

Er liggen hier 703 slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. Het gaat om allemaal Britten, met uitzondering van twee militairen uit Polen. Van vier doden op deze begraafplaats, is de identiteit onbekend. Ik open het luikje nabij de ingang om in het mapje te kijken waar de twee Polen liggen, maak ik daar ook meteen een foto van. Weinig mensen ken de rol van de Polen als het gaat om de bevrijding van onze provincie; ik kom daar later uitgebreid op terug bij een fietstocht in West-Brabant. Ik blader ook even door de boodschappen die bezoekers hebben achtergelaten. Er zitten diverse familieleden bij van gesneuvelde soldaten. Ze komen kennelijk nog steeds geregeld naar Uden.

De zon hangt nog laag en dat maakt het fotograferen lastig, maar op het veld naast de begraafplaats leg ik een monument en een herdenkingskapelletje vast. Het monument betreft een glazen plaat op een voetstuk van zwart natuursteen, onthuld in 2011. Er wordt gevraagd om stil te staan bij alle Udense oorlogsslachtoffers van 1940 tot nu; volgens de Heemkundekring Uden zijn dat er ongeveer vijftig.

Hij woonde er in 1944 al even niet meer, maar ook Hans Schoon was van geboorte een Udenaar. Hij studeerde in Tilburg en werd gevraagd om de loyaliteitsverklaring te tekenen. Wie tekent, moet zich onthouden van iedere actie ­tegen het Duitse Rijk. Wie niet tekent, mag geen colleges meer volgen. Hans weigerde en dook direct onder in de buurt van Uden, de streek die hij zo goed kent. Na de bevrijding van de omgeving besloot hij te willen helpen, samen met een vriend. Ze voegden zich bij de Amerikaanse 82e Luchtlandingsdivisie. Met hun kennis van de streek en in hun beste Engels wezen zij de geallieerden overal de weg; ze kwamen op de gevaarlijkste plekken. Op 6 oktober ging het fout. Na een harde knal stond zijn auto in vuur en vlam. Hans had geen schijn van kans. Hij verbrandde in de auto en werd slechts 22 jaar oud.

Uden: een belangrijk dorp in de hele operatie Market Garden. Op 18 september 1944, een dag na de grootscheepse luchtlandingen, kwam er even een Amerikaanse patrouille poolshoogte nemen in Uden. Ze trokken echter snel door naar Veghel. Een dag later verschenen de Britse grondtroepen, waarbij een eindeloze stoet militaire voertuigen door Uden trok. Vanwege een verwachte Duitse aanval, kreeg een Amerikaans bataljon de opdracht om Uden en de opmarsroute richting Arnhem te beschermen. De Duitsers wisten een deel van deze eenheid te omsingelen; alleen de voorhoede van het bataljon bereikte Uden. Een heftige strijd ontbrandde. Je leest er veel over in onder meer het boek van Stephen Ambrose over de Easy Company, want het waren deze door de tv-serie Band of Brothers bekend geworden paratroopers die Uden verdedigden. De Duitsers werden na een dag teruggedreven, maar de bevoorrading voor de troepen in Nijmegen was een dag lang onderbroken geweest. Operatie Market Garden dreigde te mislukken…

Als ik weer bijna terug ben bij mijn auto, vijf uur later, rijd ik over de Markt. Ik lees op Traces of War: dat de klinkers waarmee de Markt in 1947 is bestraat, afkomstig zijn van het nabijgelegen vliegveld Volkel. Over dat militaire vliegveld straks meer. Ik passeer even later ook de Sint-Petruskerk, waar de befaamde Dick Winters van de Easy Company inklom in september 1944. Vanuit die hoge positie zag hij duidelijk hoe de Amerikanen omsingeld werden door de Duitsers. Ik ben overigens bijna tien jaar te laat voor een foto van een ander historisch pand… De sloop van dit gebouw kwam landelijk in het nieuws in 2012.

Een dag later toegevoegd deze alinea. Ik las in het Brabants Dagblad dit verhaal over een bom die in Uden een einde maakte aan acht levens. Gezin De Groot werd gehalveerd: vier kinderen verloren het leven. De familie woonde in de Prior van Milstraat, waar ik doorheen fietste. Als ik het had geweten, had ik er bij stilgestaan en foto’s gemaakt. Lees nu alles over de tragedie via het linkje. Het had niet misstaan in het project van Brabant Remembers (met onder meer vermelding op de fietsroutekaart), maar ik begrijp heel goed dat je niet álle verhalen de aandacht kunt geven.

Ik fiets in het noordoosten de stad uit. Het is genieten in bosgebied De Maashorst. De zon schijnt door de bomen en ik rijd voortdurend door lichtstralen. Het is al dagen droog; het is nog vroeg, maar agrariërs hebben overal al hun sproeiers aangezet. Op naar Schaijk.

Schaijk

Als ik Schaijk nader, een gemeente met bijna 7.000 inwoners, heb ik er al vijftien kilometer opzitten. Het was even een stukje fietsen, maar bepaald geen straf, zoals de foto’s hierboven laten zien. Ik stop even vlakbij de hoofdingang van Charme Camping Hartje Groen, zo’n plek waar je iedere dag wel wakker zou willen worden. De eerste campinggasten staan al naast hun tentjes met elkaar te praten, het is net half negen geweest.

Aan het zandpad ligt een monument dat in 2015 is onthuld. Ik zie online dat dit nogal een beladen moment was, want de markeringskei was niet voor gesneuvelde geallieerden. Het gaat hier om een gesneuvelde Duitse militair. Vrij uniek: gedenkplaatsen voor Duitse soldaten vind je nauwelijks in ons land. Ik lees dat er veel emotionele mails werden gestuurd door tegenstanders, maar dat het bij de onthulling toch rustig bleef. Schaijk herdenkt hier Luftwaffe-piloot Gerhard Rohde. Hij crashte op 21 februari 1945 met zijn straaljager in de bossen: het was zijn eerste operationele vlucht en meteen zijn laatste. Rohde werd twintig jaar; hij werd geboren op Eerste Kerstdag 1924.

Ik wijk bij knooppunt 25 even af van de route om aan de Gagelstraat de eerste silhouet te fotograferen. Er zijn er zes in Landerd; uitstekend project van de gemeente, gerealiseerd in 2019. De silhouetten zijn gemaakt van cortenstaal; die term leerde ik maandag pas kennen, ook de mooie haltebankjes in de omgeving van Overloon en Ysselsteyn zijn gemaakt van deze metaallegering (zie deze fietstocht). Albert Vleer is de ontwerper van de silhouetten en hier op de Gagelstraat tref ik een plaatselijke boer. Hij kon niet slapen in de nacht van 23 op 24 mei 1943 en dronk beneden een glas melk. Door zijn raam zag hij een angstaanjagend schouwspel: een Engelse bommenwerper werd achtervolgd door Duitse nachtjagers. Een crash is bijna onvermijdelijk. Twee Britten weten met hun parachute te ontkomen, drie landgenoten komen kort daarna om als het vliegtuig inderdaad neerstort bij de boerderij van de buren. De boerderij brandde af, de bewoners konden gelukkig net op tijd konden ontkomen. De Britten die het overleefden, werden zwaargewond opgevangen door buurtgenoten en snel daarna krijgsgevangen gemaakt.

Door naar de kern van het dorp Schaijk, waar ik even een foto wil maken van het oorlogsmonument. Een rond blad met daarop drie V’s, uitgevoerd in glimmend, roestvrij staal. De V’s staan voor Vrede, Vrijheid en Verantwoordelijkheid. Het monument werd onthuld in 2008 en bijzonder: het kwam mede tot stand dankzij een gift van de familie van Gerhard Rohde. Juist ja, de gesneuvelde Duitser die twee kilometer verderop wordt herdacht bij een beladen monument in de natuur.

Next stop: Herpen. Een ritje van drie kilometer.

Herpen

Herpen, een klein dorp met nog geen 3.000 inwoners, en als ik de fietsroutekaart blind had gevolgd was ik er doorheen gefietst zonder af te stappen. Is er dan niets hier, dat herinnert aan de oorlog? Heeft Herpen een relatief rustige oorlogstijd gehad?

Bij de kerk zie ik een oorlogsmonument uit 1995 met ook hier weer een grote V. Het monument herdenkt de drie inwoners van Herpen die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog; ook zie ik de naam van een omgekomen Britse militair en zeven Britse vliegeniers die zijn omgekomen in dit dorp. Even kort de drie dorpsgenoten. Martien Bueters moest in Duitsland werken en dat zinde hem niet. Bij een vluchtpoging werd hij gearresteerd en afgevoerd naar concentratiekamp Neuengamme. Hij stierf kort voor de bevrijding. Jan van Dijk werkte voor de Duitsers in Frankrijk. Bij een Engels bombardement op de fabriek waar hij werkte, kwam hij om het leven. Wim Oliemeulen was als dienstplichtig militair ingescheept op vrachtboot De Pavon, die voor de haven van Duinkerken door Duitse vliegtuigen onder vuur genomen werd. Hij stierf samen met zeventig andere militairen. Het gaat om drie gesneuvelde dorpsgenoten van respectievelijk 22, 46 en 32 jaar. Bij een herdruk van de fietsroutekaarten mag deze plek wat mij betreft niet meer ontbreken.

Natuurgebied Keent en het voormalige vliegveld

De Maas kende nogal wat bochten en in de jaren dertig van de vorige eeuw hebben ze hier en daar wat lussen afgesneden om de rivier beter geschikt te maken voor de scheepvaart. Ontzettend mooi: tussen 2005 en 2014 hebben ze de lus bij buurtschap Keent en het dorp Overlangel opnieuw uitgegraven en aan één zijde met de Maas verbonden. Er ontstond een prachtig natuurgebied met diverse soorten grazers en veel vogelsoorten. Ik kom vanuit Herpen en passeer het kleine dorp Overlangel, daarna valt mijn mond open. Wat een fotogenieke, prachtige omgeving.

Over een dijk rijd ik richting een mooi monument dat bij de brug is geplaatst: het monumet Vergeten vliegveld bij Keent. Als ik online zoek naar meer informatie, blijkt dit al de derde locatie van het monument uit 1995 te zijn. Kan niet anders, of dit moet de mooiste van de drie zijn. De foto’s hieronder zeggen genoeg. Het gaat bij dit monument om een soort kurkentrekker op een paal, waarop drie bronzen vleugeltjes te vinden zijn.

De paal herinnert aan het vroegere vliegveld Keent, een vliegweide die voor de oorlog af en toe die in gebruik was. In 1933 was er zelfs een grote KLM-vliegshow! In september 1944 speelde airstrip Keent B-82 een belangrijke rol voor de aanvoer van oorlogsmaterieel bij operatie Market Garden. De brug bij Grave, waar ik zo heen fiets,  moest veroverd en beschermd worden. De militairen hadden voedsel, wapens en munitie nodig. Andere vliegvelden waren vernield of in Duitse handen. Gelukkig lag er hier nog het bijna vergeten vliegveld van Keent. De Britten verlengden de landingsbaan naar 1.200 meter, dempten sloten en greppels en verwijderden heggen. Op 25 september 1944 landden er twee Amerikaanse C-47’s; skytrains in hun jargon, de Britten noemden het Dakota’s. Een dag later werd het hier heel druk. Op 26 september 1944 vlogen binnen drie uur 209 onbewapende Amerikaanse transporttoestellen aan op het minuscule vliegveldje. Ze brachten een eenheid luchtafweer, 132 jeeps met 75 aanhangers, 31 motorfietsen, 12.000 kilo munitie, 30.000 kilo voedselpakketten, 882 soldaten en vijf oorlogscorrespondenten. Nog diezelfde avond keerden ze alle 209 terug naar hun thuisbasis in Engeland. Wat een operatie… In de maanden die volgden fungeerde Keent ook nog als basis cvoor Britse en Canadese gevechtsvliegtuigen, die het grensgebied van Venlo tot Arnhem moesten afgrendelen. Keent B-82 Grave was in dit geallieerde offensief de verst vooruitgeschoven tactische basis en als zodanig uniek.

Op informatiepanelen bij het monument lees ik bovenstaand verhaal, maar ik lees ook over 1.310 Poolse militairen die eind september het vliegveld en de omgeving moesten verdedigen. Eentje kwam om het leven toen hij zijn pistool schoonmaakte, drie werden per ongeluk door de Britten vermoord. Ze vertrouwden de drie mannen niet toen ze weliswaar het juiste wachtwoord kregen, maar met een zwaar accent. Een schande. In de weken die volgden werd het vliegveld meerdere malen door de Duitsers gebombardeerd, waarbij dertien militairen van het grondpersoneel omkwamen. Drie Canadese piloten kwamen ook om het leven nabij vliegveld Keent; van een ervan werd in 1996 nog een horloge gevonden. Het stond stil op kwart over twaalf.

Ik fiets de brug over en rijd dwars door het natuurgebied. Ik kom nog een mooie plaquette tegen over het vliegveld. Ik lees: “Op 26 september werd hier, met de grootste luchttrein ooit naar een frontlijn gedirigeerd, een gewaagde hoeveelheid oorlogsmaterieel in recordtijd door de Amerikanen ingevlogen voor ‘Hell’s Highway’. Voor Britten en Canadezen bleef het tot het drassige einde van die herfst ‘a hot spot’.” Bij knooppunt 20 wijk ik vervolgens af van de route: ik wil een lus maken richting Grave. Leuk: na een meter of twintig zie ik een uitwateringssluisje van rond 1800. Ik moet hier echt nog een keer terugkeren voor een mooie wandeling.

Grave

Ik fiets van knooppunt 20 naar 3 en ben nu bijna in vestingstad Grave, gelegen aan de Maas. Ik zie hem al van ver: de John S. Thompsonbrug. Aan de overkant ligt Gelderland. Vanwege de strategische ligging van deze brug, die toen nog de Maasbrug heette, kwamen er al voor de Duitse inval politietroepen naar Grave om de net gebouwde rivierkazematten bij de brug te bemannen. In twee bunkers die er nu nog liggen, is nu het Graafs KazemattenMuseum. Het museum is gesloten vanwege corona; ik kom terug zodra ze weer open zijn. In Grave werd eind jaren dertig ook een kazerne gebouwd voor soldaten. De eerste gebruikers van de moderne kazerne waren helaas de Duitse bezetters.

Op 10 mei 1940 werd ook Grave opgeschrikt door Duitse vliegtuigen: de oorlog was begonnen. Nederlanders bliezen enkele uren later de Maasbrug op met springstof, in een poging de Duitsers tegen te houden. Tijdens de bezetting herstelde men de brug en tot de bevrijding bleef het verder relatief rustig in Grave. Wel waren er ook hier natuurlijk slachtoffers. Onder de tijdens de oorlogsjaren gesneuvelde Gravenaren was de weinig coöperatieve burgemeester Louis Ficq. Toen hij in maart 1945 in Dachau omkwam door uitputting, was zijn stad al bevrijd. Bij die bevrijdingsdag hoort een mooi verhaal.

Een van de meest geslaagde militaire acties tijdens Operatie Market Garden is de snelle inname van de Maasbrug. Op zondag 17 september 1944 sprongen duizenden Amerikaanse parachutisten in deze omgeving uit hun Dakota’s. Een specifieke groep had als doel meegekregen om de Maasbrug aan te vallen. Luitenant John Thompson landde echter vlakbij de Maasbrug en met een bliksemactie wist hij met vijftien parachutisten de zuidelijke oprit onbeschadigd in handen te krijgen. Ze bleken de rest van de compagnie niet nodig te hebben. Vrijwel tegelijkertijd werd de noordzijde van de brug met succes aangevallen: in een recordtijd was een belangrijke brug veroverd. Een verkeersader die belangrijk bleef tijdens het restant van de oorlog; de geallieerden voerden vanuit dit gebied met succes de aanval uit op het Duitse Rijnland.

Bij de brug een markeringskei met een informatiebordje, ook staat er een luisterzuil. Er is een mooi bevrijdingsmonument, een stalen parachute op een sokkel. Op een plaquette staat dat de naam ‘John S. Thompsonbrug’ op 17 september 2004 werd onthuld door weduwe Mrs. Phyllis Thompson.

Na de inname van de brug werd Grave dezelfde dag nog verlost van de overgebleven Duitsers: de stad was bevrijd. Was de ellende daarmee voorbij? Nee. Op 2 oktober 1944 gooide een Duitse Messerschmidt een aantal splinterbommen af boven Grave, waarbij zeven Engelse soldaten en vier Graafse burgers om het leven kwamen.

Ik fiets door de vestingstad. De weekmarkt is gaande en het is druk op deze warme ochtend. Ik zie veel historische woonhuizen, een kleine jachthaven, de oude Sint-Elisabethkerk en overblijfselen van de vestingwerken. Mijn volgende bestemming: de algemene begraafplaats aan de Estersveldlaan. Het is daar even zoeken, maar uiteindelijk vind ik de grote steen met daarop vier portretjes. Een aangrijpend verhaal. Nadat de Duitsers de brug opbliezen in 1940, sloegen veel burgers in paniek op de vlucht naar Nuland, Heesch en Geffen. Ze verwachten veel krijgsgeweld in Grave en willen weg, zo ver mogelijk. Onder hen de hoogzwangere Maria Jagers-Derijck met haar echtgenoot en twee kinderen. Maar ook Maria’s broer loopt mee, en haar ouders, en een schoonzus en haar man, met twee jonge kinderen. De tocht naar Nuland duurt zes uur, Duitse vliegtuigen scheren voortdurend laag over. In Nuland worden Maria en haar twee kinderen in een gasthuis bij de nonnen ondergebracht. Alle anderen vinden een veilig onderkomen in de woning van Nelleke en Jan Zwanenberg. De volgende dag vallen kort na elkaar zes bommen, waarbij de halve woning van het echtpaar Zwanenberg in één klap wordt weggevaagd. Door het bombardement verliest Maria al haar naasten met wie ze is gevlucht: haar man en zijn familie, haar ouders en haar broer. Hoogzwanger begraaft ze haar naasten in Nuland, drie weken later bevalt ze van een zoon. Later kan ze na veel moeite haar familie herbegraven in Grave en op die plek sta ik nu. Te kijken naar verweerde portretjes en grafsteenteksten die bijna niet meer leesbaar zijn. In Grave bleek er nauwelijks strijd geleverd te zijn na het verwoesten van de brug, thuis was de familie veiliger geweest. Wat een noodlot.

Reek

Terug naar de route. Via het buitengebied van Velp rijd ik naar de Oude Maasdijk, gelegen aan de opnieuw uitgegraven tak van de Maas. Ook hier weer een markeringskei met een informatiebord; vorig jaar is er door de gemeente Landerd een silhouet bij geplaatst. Een boerin vertelt haar verhaal. Ze werd wakker midden in de nacht van 21 op 22 september 1944. Er was lawaai en toen ze naar buiten keek zag ze enorme Engelse amfibievoertuigen op de smalle Maasdijk: voertuigen die zowel kunnen rijden als varen. De Maasdijk is veel te smal voor deze voertuigen, ze leken verkeerd te zijn. Daar komen de Britten ook achter en de voorste begon te keren, maar de dijk bleek echt veel te smal te zijn voor de grote, zwaarbeladen rijdende boten. Met veel kabaal kantelde het voorste amfibievoertuig. Bij de crash stierven vijf militairen. Met veel moeite lukte het de andere boten op wielen om wel te keren. Zij kwamen met de schrik vrij; de vijf minder gelukkige militairen werden daags erna begraven op het kerkhof in Reek. De jongste was twintig jaar.

Via De Steeg rijd ik anderhalve kilometer naar Reek, een strategische plaats in het militaire plan van de geallieerden op weg naar de belangrijke oeververbinding over de Maas bij Grave. Voorbij de Antonius Abtkerk ga ik even zitten op een bankje bij het bevrijdingsmonument in dit dorp, De Beschermengel. Een hoge gestalte met vleugels, het staat sinds kort prominent aan de Monseigneur Borretstraat. Op het bankje staat een woord: vrede. Ik pak de telefoon erbij, ik weet dat ik hier weer een augmented reality-beleving kan opstarten via de app van Brabant Remembers. Een screenshot van mijn smartphone staat tussen de foto’s hieronder.

Wim Boeijen is in 1944 vijftien jaar en hij wil de bevrijding optimaal meemaken. Al op de eerste dag van Market Garden fietst hij samen met zijn vader en twee broers naar de plek waar ik zojuist was, de Oude Maasdijk, waar je nu stil kunt staan bij het gekantelde amfibievoertuig. Ik zag het net met eigen ogen, het uitzicht is hier fenomenaal. Dat weet de familie Boeijen ook: vanaf hier kunnen ze de gevechten goed bekijken. De Duitsers zien hen echter ook en al gauw ratelt er een mitrailleur. Gelukkig raakt ­niemand van de familie Boeijen gewond. Het zal niet de laatste keer zijn dat Wim aan de dood ontsnapt. De volgende dag trekt hij met een aantal dorpsgenoten richting Grave. Hij ziet Amerikaanse soldaten en loopt op hen af. Hij loopt daarbij rechtstreeks een mijnenveld in. ­Onder de Amerikanen ontstaat grote paniek, maar het loopt opnieuw goed af. Wim heeft een engeltje op zijn schouder. Weer een dag later is hij bij De Kleine Elft, een hotel verderop bij Reek. De Britten kwamen hier vanuit Zeeland aanrijden en sloegen hier af om door Reek naar Grave te rijden. Wim kijkt ernaar en geniet, ondanks de risico’s van een Duitse aanval. Gevaren zien de inwoners van Reek niet. Ze juichen hun bevrijders toe en krijgen sigaretten, koekjes en chocolade van de soldaten. Ik las in het boek Band of Brothers dat de Amerikaanse soldaten genoten van de oprechte dankbaarheid van onze landgenoten. De Britten zullen dit vast ook zo ervaren hebben.

Wim Boeijen schreef later boeken over de oorlog en heeft zijn ervaringen veelvuldig gedeeld. De Kleine Elft is er helaas niet meer: als ik naar het kruispunt toe fiets, stuit ik op een lelijke rotonde. En dat terwijl het pand zo mooi eruitziet op oude foto’s… Voorbij de rotonde een nieuw silhouet, bij wederom een markeringskei. De oorlog wordt goed herdacht in deze streek.

Ik fiets door: de route gaat over de Beeksche Heide naar het volgende dorp: Zeeland.

Zeeland

De fietsroute volgt bestaande knooppunten van het  ANWB-netwerk en daarom kom ik met een omweg van bijna vier kilometer in het dorpje Zeeland aan; wie wil, kan die omweg ook gerust overslaan en direct naar de dorpskern fietsen. Op de Vlasroot fotografeer ik een gevelsteen van net na de oorlog, geplaatst op de gevel van een appartementencomplex. Een fraaie herinnering aan boerderijen die hier stonden en die in 1942 weg moesten van de Duitsers, voor de aanleg van een Fliegerhorst, de latere vliegbasis Volkel. De bewoners moesten hun huizen ontruimen en werden verdreven naar vier nieuwe woonblokken aan de Brand in Zeeland.

Terug naar de hoofdstraat, de Kerkstraat. Ik rijd naar de Sint-Jacobus de Meerderekerk. Op het kerkhof zijn de oorlogsgraven van twee gesneuvelde Britten. Ze crashten met hun Dakota-vliegtuig in de buurt van het vliegveld bij Volkel; daarover straks meer. Ik zoek op het kerkhof naar de graven van de piloten Dennis Harry Ralph Plear en David Arthur Webb, 22 en 26 jaar. Helaas: ik krijg ze niet gevonden. Ik zie op de site Traces of War dat de graven tegen de kerk zouden moeten liggen; ik kom nog wel een keertje terug.

Bij de ingang van het kerkhof een informatiebord over het Airbornepad, een wandelpad van 220 km dat van het Belgische Lommel naar Arnhem gaat. Ook een mooi project, voor wie wandelen prefereert boven fietsen. Op het kerkplein ook weer een luisterzuil. Je kunt hier luisteren naar een brief aan de moeder van David Arthur Webb, de omgekomen piloot. Wie vanuit thuis ook naar de brief wil luisteren, klikt hier.

Ik fiets verder, een kilometer of vier, voor het laatste stuk van vandaag.

Trentse Bossen en Fliegerhorst Volkel

Ik rijd richting Vliegbasis Volkel en ga door een bosrijk gebied, de Trentse Bossen. Een informatiebord langs de weg maakt me nieuwsgierig. De nabij gelegen militaire vliegbasis Volkel heeft een grote stempel gedrukt op dit bosgebied. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben de geallieerden bombardementen uitgevoerd op vliegbasis, ter voorbereiding op Market Garden. Op diverse plekken in de Trentse
bossen zijn de bomkraters nog te zien, lees ik. Er is ook nog een commandobunker van de vliegbasis en er zijn restanten zichtbaar van een vroegere schietbaan van de mariniers. Allemaal weetjes die ik opsla in mijn hoofd: ik ga nog een keer terug om door de bossen te wandelen. Een kaartje met de bomkuilen, vind je hieronder tussen de foto’s.

Ik zie vlakbij de vliegbasis ook weer een silhouet. Een vrouw dit keer en ze vertelt over het Duits Lijntje. Deze spoorlijn werd in 1873 geopend met als doel het tot stand brengen van een rechtstreekse verbinding tussen de zeehavens van Vlissingen, Antwerpen en Rotterdam en het
Duitse achterland. Uniek in die tijd. In de Eerste Wereldoorlog kwamen de Belgische vluchtelingen via deze spoorlijn naar Uden en in 1940 vielen de Duitsers met een pantsertrein over het Duits Lijntje Nederland binnen. Ik sta bij wat ooit Halte Zeeland was. Het spoor is verdwenen op een enkel spoordeel na, hier bij het silhouet staat nog wel Wachtpost 30 (nu een woonhuis) en een andreaskruis van de voormalige spoorwegovergang. Ik lees bij het silhouet dat het Nederlandse leger volkomen verrast werd door de razende pantsertrein. Toch wist men binnen twintig minuten voor een versperring te zorgen bij Mill. Dat zorgde voor een enorme ravage. De locomotief ontspoorde, de wagons werden door de klap van het spoor geslingerd. Nederland was dan wel bezet, maar we hebben ons niet zomaar gewonnen gegeven. Dat gaf genoegdoening, zegt de bewoonster die het verhaal bij het silhouet vertelt.

En dan de hekken, een grote poort, wachtershuisjes, het prikkeldraad, de verbodsborden, een verkeerstoren verder weg. Vliegbasis Volkel is een van de twee Nederlandse F-16-bases en al die maatregelen om mensen buiten te houden, maken me nieuwsgierig. In 1940 werd door Duitse troepen begonnen met de aanleg van dit vliegveld. De Nachtlandeplatz voor toestellen van de Luftwaffe werd hier gerealiseerd, vanwege de vlakke ligging en omdat er een spoorlijn lag – het Duits Lijntje. Het veld was op negen punten rondom voorzien van luchtafweergeschut. De Luftwaffe gebruikte het vliegveld als uitwijkhaven voor nachtelijke operaties, in 1943 werd het uitgebreid tot Fliegerhorst (benaming voor een Duits militair vliegveld met de status van zelfstandig hoofdvliegveld met uitgebreide faciliteiten). De jagers die hier werden gestationeerd, moesten de geallieerde vliegtuigen aanvallen en het Ruhrgebied beschermen. Aanvankelijk werden grasbanen gebruikt, maar vanwege de drassigheid werden later twee elkaar kruisende verharde stenen banen aangelegd, aangevuld met een derde grasbaan.

Regelmatig werd het vliegveld gebombardeerd, steeds werd het hersteld. De Duitsers ronselden bewoners uit de omgeving voor het herstel van de start- en landingsbanen via lokale burgemeesters, die opdracht kregen om mensen te leveren. Vanwege het gevaar voor geallieerde bombardementen weigerden sommige burgemeesters echter medewerking. Burgemeester Verheijen uit Erp werd hiervoor gearresteerd en naar concentratiekamp Buchenwald gebracht, waar hij in maart 1945 overleed. Niet de eerste keer dat ik lees over heldhaftige burgemeesters; lees maar hierboven bij Grave en in mijn eerdere blogs over Bakel, Asten, Someren en Geldrop.

Bombardementen in augustus en september 1944 betekenden het einde van de Luftwaffe op Volkel. Banen en infrastructuur waren zodanig verwoest dat snel herstel onmogelijk was. De Duitsers verlieten het vliegveld na de overgebleven gebouwen vernield te hebben. Een Duitse hangar en een deel van de keuken bleven gespaard. De klinkers van de banen werden na de oorlog aan de gemeente Uden verkocht, die er in 1947 de Markt mee bestraatte. Dat schreef ik al bij mijn stuk over Uden, waarmee ik deze blog begon: daar ook een foto.

Over het onverharde Houtvennen rijd ik westwaarts, langs de hekken af. Bij knooppunt 62, vlakbij het kleine plaatsje Oventje, is mijn laatste point of interest van vandaag. Op tweehonderd meter van de gedenksteen die hier ligt, crashte de Dakota waarover ik zojuist schreef. De graven van de twee overleden piloten kon ik niet vinden in Zeeland. Het Britse vliegtuig kwam op 21 september 1944 terug van een bevoorrading boven Oosterbeek en was onderweg naar Engeland. Het toestel werd door de Duitsers neergeschoten, de twee piloten vonden de dood aan boord van het vliegtuig. Zes andere bemanningsleden sprongen er met hun parachutes uit. Twee werden in de lucht doodgeschoten door de vijand – in totaal kwamen er hier dus vier Britten om het leven. Waar de piloten in Zeeland zijn begraven, liggen hun maten Gordon Birlison en James Pilson in Uden, op het oorlogskerkhof waar ik vandaag begon.

Er staat een silhouet bij de gedenksteen: wat een meerwaarde, deze verhalen van mensen die de oorlog meemaakten. Hier lees ik het verhaal van een van de vier bemanningsleden die wisten te ontkomen. Hij zag de rechtermotor in brand staan, sprong uit het vliegtuig en raakte bij de beschietingen licht gewond. Hij overleefde en bewoners brachten hem in veiligheid. Hij hoorde wel al snel van de dood van zijn vier vrienden, die hun leven gaven voor vrede en vrijheid. Hij besloot de moeder van zijn vriend David Webb een vriend te schrijven. Het is de brief van deze navigator, die je kunt terugluisteren op het kerkplein van Zeeland (zie hierboven).

Het is zover, het is inmiddels over de dertig graden Celsius en ik verlang naar koud drinken en het zwembadwater thuis. Via de Patersweg rijd ik terug naar Uden. Ik fotografeer het marktplein en de kerk, zie helemaal bovenaan, en rijd terug naar het Piusplein. De elfde rit zit erop. Bijna 67 kilometer vandaag, waardoor mijn totaal op 643 kilometer komt.

Speak Your Mind

*