Route 5 – Oorlog in Someren, Someren-Heide, Someren-Eind en Lierop

Route 5 – Oorlog in Someren, Someren-Heide, Someren-Eind en Lierop
Maandag 20 juli 2020
Afgelegd: 51 kilometer
Totaal: 309 van 1000 kilometer
Eerdere blogs van dit project op een rijtje: klik hier

Het rondje Someren uit het boekje Fietsen door Death Valley De Peel (pdf). Ik heb me dit keer keurig gehouden aan de route zoals hij door anderen is gemaakt, zonder eigen lussen. Wel zijn er drie drama’s die ik hieronder beschrijf, die niet genoemd worden bij de officiële route.

Startpunt: boscafé Pastoorke van Moorsel, in het buurtschap Moorsel, bij Lierop. Ik heb hier al vaker een biertje gedronken, leuke plek. In september 2014 was ik hier voor het eerst, schrijvend voor het Eindhovens Dagblad. Met gids Gerard Geboers gingen we naar het onderduikerskamp Dennenlust, waar bijna een jaar lang een grote groep mannen zich schuilhield voor de vijand. Het artikel van de volgende dag zie je hier rechts: klik erop voor een vergroting. Zes jaar later ben ik er weer: nu is het mijn eerste historische locatie van route 5. Oorlog in Someren, Someren-Heide, Someren-Eind en Lierop.

Oorlog in Someren, Someren-Heide, Someren-Eind en Lierop

Schuilen op de Lieropsche Heide

Tussen Lierop en de Strabrechtse Heide liggen het buurtschap Moorsel en de Lieropsche Heide. Ik sprak vorig jaar een jonge vrouw die opgroeide in dit gehucht en dat moet heerlijk zijn geweest, veronderstelde ik. Ze beaamde het direct. Ze kende de prachtige omgeving op haar duimpje, speelde dagelijks op de heide. Geweldig mooi, ook vandaag, onder een strakblauwe hemel.

Hieronder zestien foto’s van de Lieropsche Heide en de Strabrechtse Heide, met op rij 1 vier foto’s van het bijzondere onderduikerskamp waarmee ik deze blog begon. Het onderduikerskamp Dennenlust werd in 1943 gebouwd om onderdak te bieden aan Haagse studenten die tijdens de Tweede Wereldoorlog gezocht werden door de Duitsers; er woonden ook geallieerde piloten. Ze verbleven eerst in een bos bij Asten, waar ik kort aan refereerde bij route 1. Om veiligheidsredenen kwamen ze na vijf maanden naar deze plek. Op de Lieropsche Heide ging het op een gegeven moment om een community met meer dan veertig mannen, geholpen door moedige inwoners uit de omgeving. Er waren sporttoernooien, een weekblad in twee talen, taken en verplichtingen én verzetswerk in de vorm van bijvoorbeeld sabotage. In 1945 is het onderduikerskamp door brand verwoest. Het oventje en de betonnen keukenvloer zijn nog overgebleven uit die tijd en het is bijzonder om de restanten nog steeds te kunnen zien. Vrijwilligers hebben in 2013 de belevingswaarde teruggebracht door met houten paaltjes de woning en diverse bijgebouwen te markeren. Over de gesneuvelde held Frank Doucette, een Amerikaan die hier ook verbleef, straks meer. En wil je nog veel meer weten? Lees dan het boek van Gerard Geboers: Zij woonden een jaar in het bos.

Je kunt naar de plek wandelen vanaf boscafé Pastoorke van Moorsel, een route van 800 meter. Ik ben nu met de fiets en ga na mijn bezoek via enkele paden verder naar de Strabrechtse Heide. Ik kom voorbij de oude grenspaal De Hoenderboom, waar vroeger de dorpen Heeze, Mierlo, Lierop, Someren en Sterksel bij elkaar kwamen. Voor een deel zijn deze grenzen nog zichtbaar in de vorm van wegen, greppels en wallen. Een groepje staat hier met forse lenzen te turen naar zwarte ooievaren en dat die hier vliegen is, zo leer ik, vrij bijzonder. Op naar Someren-Heide.

Someren-Heide

Ik ken de route al, met rechts de Somerensche Heide en links van me golfbaan De Swinkelsche. Na ongeveer vijf kilometer ben ik in het dorp Someren-Heide. Er is een wehrmachthuisje, vertelt de informatie in het boekje me, en ik kom inderdaad het bord tegen ter hoogte van Kerkendijk 88. Maar ik heb pech: het huisje staat op privégrond en je kunt er niet zomaar bij. Ik ga nog bellen voor een bezoek. Wehrmachthuisjes werden gebouwd voor de huisvesting van Duitse soldaten die zoeklichten bedienden. Die zoeklichten maakten deel uit van de verdedigingslinie tegen de geallieerden. De huisjes werden door zes tot acht soldaten bewoond. Er is hier ook een een origineel Duits zoeklicht te bewonderen, lees ik op de website van de stichting. Ik kom erop terug! Ik wil ook nog het wehrmachthuisje bezoeken waarover ik schreef bij route 1; ik fotografeerde er wel eentje bij route 2.

Ik fiets langs de kerk af en voor ik het weet ben ik het dorp alweer uit. Ik moet zo linksaf richting uiteindelijk de Zuid-Willemsvaart, maar eerst moet ik nog even naar de grens van Noord-Brabant en Limburg. Hier staat een Mariakapelletje dat aan de gemeenschap werd aangeboden door mevrouw Sonnemans-Cardinaal, uit dankbaarheid dat haar familie oorlogsleed bespaard was gebleven.

Ik mag een kilometer of zeven trappen door een gebied vol weilanden en akkers, een omgeving die ik nauwelijks ken. In de buurt van sluis dertien stuit ik op het kanaal, de Zuid-Willemsvaart. Linksaf: op naar Someren-Eind.

De dubbele burgemeestermoord

Ik fiets langs het kanaal en passeer een mooie boerderij met een opvallende naam: Landgoed De Apotheek. Precies 250 meter verder richting Someren-Eind kom ik langs een indrukwekkend monument, precies op de plaats delict van een aangrijpende dubbele moord. Vijf meter achter het monument raast het verkeer langs het kanaal en ook ik heb hier al honderden keren gereden; nooit geweten van de tragedie die zich hier afspeelde in augustus 1944.

Ik schreef al eerder over de burgemeesters in deze regio die moedig eisen van de Duitsers naast zich neer legden, met alle risico’s van dien. Zie blogs Gemert-Bakel en Geldrop-Mierlo. Ze moesten onder meer vrijwilligers aanwijzen voor zwaar werk in Duitsland en dat weigerden ze; ook op herhalingsoproepen reageerden ze niet. De meesten kwamen uiteindelijk om in Duitse kampen, één burgemeester – die van Leende – overleefde de oorlog. De burgemeesters van Asten en Someren werden hier vermoord, op de stille Kanaaldijk-Zuid. Willem Wijnen (Someren) en Piet Smulders (Asten) kwamen op een lafhartige manier aan hun einde en het is goed dat ze hier op deze manier worden herdacht. Ik schreef het al eerder bij dat verhaal over de burgemeester van Bakel en Milheeze: wie dergelijke beslissingen durfde te maken ter bescherming van dorpsgenoten, mag met recht een burgervader worden genoemd. Dat de burgemeester van Leende overleefde is overigens een mirakel; kom ik later deze zomer op terug.

Er is een schokkende foto van burgemeester Wijnen na de moord, zie hieronder. Zijn graf kun je bezoeken op het kerkhof van Asten. Ik bezoek vandaag nog het kerkhof van Someren, waar burgemeester Piet Smulders te rusten is gelegd (zie verderop in deze blog).

De daders van de dubbele burgemeestermoord zijn na de oorlog berecht dankzij de verklaring van een getuige.

Someren-Eind

Ik fiets door Someren-Eind en via de Laarstraat ga ik daarna richting Someren. Hier, in de Laarstraat, stortte in de nacht van 23 april 1944 een Halifax B III neer waarbij de zeven bemanningsleden allen omkwamen.

Een stukje terug, ongeveer waar nu de Haagdoornweg en de Nieuwendijk elkaar kruisen gebeurde een ongelofelijk drama. Pasen 1945, de Tweede Wereldoorlog zat er bijna op en in deze regio was er zelfs al een half jaar vrede. De broers Willy en Jo Lemmen gingen op pad met de broers Jan en Theo Vossen – het waren onafscheidelijke vrienden tussen de 11 en 14 jaar. Boezemvriend nummer 5 mocht niet mee; zijn amandelen waren net geknipt en daarom bleef hij thuis. Dat redde zijn leven. Nabij het genoemde kruispunt lag een enorme berg munitie en oorlogsmaterieel van de bevrijders, bedoeld om nog op te halen. Er zou ook nog springstof van de Duitsers hebben gelegen. Ja, er was een afzetlint, maar daar liet het viertal zich natuurlijk niet door weerhouden. Nieuwsgierig namen ze een kijkje.

Rond vier uur was er een hevige explosie. Het hele dorp wist dat er iets ergs was gebeurd en mensen gingen buiten kijken; zo ook gezinsleden van de vier jongens. Die herkenden al snel de kledingstukken op de lichaamsdelen die ver verspreid van elkaar werden gevonden. Het leed was enorm. In rieten manden werden alle resten van de jongens verzameld, opgebaard in het klooster en later onder grote belangstelling begraven op het kerkhof in het dorp. Een zwarte dag, gegrift in het collectieve geheugen van Someren-Eind. Voor de families Vossen en Lemmen duurde de blijdschap om de bevrijding nog geen half jaar.

Let op: de crash en de explosie zijn geen ‘points of interest’ in het fietsrouteboekje en er zijn dus ook geen info-bordjes, houd zelf in de gaten wanneer je op de bewuste locaties bent.

Someren

Via buurtschap Groote Hoeven rijd ik Someren binnen, de toren van de Sint-Lambertuskerk is al vanaf een afstandje te zien. Ik fiets erheen want hier is ook het kerkhof. Aanvankelijk waren er hier meer oorlogsgraven, anno 2020 zijn het er nog twee. Hier liggen Willem Hoeben en de eerdergenoemde burgemeester Piet Smulders begraven. Het is even zoeken maar ik heb ze gevonden, vrij achterin. Hoeben was een lokale verzetsman. Op 17 juni 1944 wordt hij daarvoor in zijn woonplaats gearresteerd door de Duitsers. Hij komt in concentratiekamp Neuengamme terecht en daarna in buitenkamp Meppen-Versen, niet ver van Emmen. Door mishandeling, ondermaatse voeding en het ontbreken van medische zorg komen veel gevangenen van ziekte en uitputting om het leven. Willem Hoeben stierf op 6 februari 1945.

Door naar het gemeentehuis. De raadzaal bevat vier gebrandschilderde glas-in-loodramen die evacuatieleed en menslievendheid tijdens de Tweede Wereldoorlog symboliseren. Ik fiets langs het monument naast het gebouw, onthuld in 2004. ‘Vandaag heeft veel van gisteren’, staat er op het zwarte marmer. Er zijn vijf zuilen die de vijf oorlogsjaren en de vijf nationaliteiten van de geallieerden symboliseren. Op de achterzijde: ‘Wie niet gedenkt en wil omkijken, weet ook niet waar hij naar toe wil’.

Op het Speelheuvelplein, hoek Speelheuvelstraat en Avennelaan, staat het Vredesmonument. Het bestaat uit vier sokkels met daarop abstracte elementen die beschietingen en bombardementen symboliseren. Ik wijk hier even af van de route en fiets 150 meter over de Avennelaan, naar het kruispunt met de Slievenstraat.

Er staan nu prachtige nieuwe woningen, maar op de Slievenstraat 2 stond decennialang een langgevelboerderij. Het verhaal wordt genoemd in twee oorlogsboeken die ik bezit: hier spatte op 22 september 1944 een verdwaalde Duitse granaat uiteen. Het dorp was dan al wel bevrijd, maar bij Sluis 11 werd nog fel gestreden. Marietje Kruijf (13) is op dat moment net op het erf bezig met haar vader; opa en opoe zijn er ook. De anderen worden niet geraakt door granaatscherven, bij Marietje is het flink mis. Er zijn zware verwondingen en het is een wonder dat ze nog leeft. De dominee wordt erbij gehaald, die waarschuwt een dokter in Heeze. Toevallig stuiten ze op Engels ambulancepersoneel en het meisje wordt naar het noodhospitaal op de Stationsstraat in Geldrop gebracht, ik schreef er eerder over. Er volgt een operatie, waarbij een toevallige passant bloed afstaat. Opnieuw: het is een wonder dat ze zoveel geluk heeft steeds. De bevrijders hadden het er vijftig jaar later nog over. Het is bijzonder dat dit burgermeisje hier ligt, tussen al die zwaargewonde frontsoldaten. Als ze later wordt verplaatst naar het nabije St. Anna Ziekenhuis, huilen Marietje én de verplegers. Er is een band voor het leven ontstaan. Marietje blijft altijd hinder ondervinden van de verwondingen, maar ze pakt haar leven op. Ze krijgt zelfs kinderen, wat onmogelijk werd geacht. Later werkte ze mee aan een boek over de oorlog en raakte ze betrokken bij Dodenherdenkingen, bevrijdingsfeesten en reünies van veteranen, zowel in Nederland als in Engeland. Daarvoor wordt ze zelfs onderscheiden. Marietje Kooistra-Kruijf leeft nog steeds. Wie had dat in september 1944 gedacht.

Een laatste locatie in Someren is Sluis 11, de plek die van enorm strategisch belang was. Ik schreef erover toen ik aan de andere kant van het kanaal stond, bij mijn eerste fietstocht door Asten. Hierlangs kon men doortrekken naar Asten, later naar Deurne en de helft van Helmond die nog niet bevrijd was. Nu sta ik hier en zie ik het grote kruisbeeld, een monument voor Nederlandse militairen. Stond dit hier altijd al? Ik moet hier honderden keren voorbij zijn gereden en zie het nu voor het eerst. Ik kijk even online. Het staat er echt al sinds 1949…

Lierop

En dan de laatste kilometers van vandaag. Op naar Lierop.

Zowel voor als na dit dorp stuit ik op monumenten op de plekken waar vliegtuigen zijn gecrasht. Op de Kerkweg stortte op 25 mei 1944 een Avro Lancaster III neer waarbij de zeven bemanningsleden allen op slag dood waren. De mannen kwamen uit Engeland, Canada en Australië, lees ik op de plaquette. De jongste was 19 jaar. Tussen Lierop en het gehucht Moorsel, waar ik vandaag begon, ligt op de Vaarsehoefweg een grote zwerfkei ter nagedachtenis aan de crash van een Engelse bommenwerper, een Wellington BJ603. Het gebeurde op 12 augustus 1942 en er kwamen hierbij vijf Britten om het leven. Bijna allemaal liggen de gesneuvelde militairen begraven op een begraafplaats in Woensel, Eindhoven.

In Lierop zelf fiets ik voorbij het kerkhof en de mooie koepelkerk. Tijd voor een ijsje op deze heerlijke, zonnige dag. Ik fiets daarna naar de Frank Doucettestraat. Goed dat ze hier in Lierop deze man zo nadrukkelijk eren, met een straatnaam maar ook met een monument bij het speelpleintje in deze straat. De Amerikaanse militair was een actief lid van de ondergrondse verzetsbeweging. Hij was een boordschutter van een Amerikaanse B-17 bommenwerper; het toestel werd op 9 augustus 1944 neergeschoten boven Eindhoven. De gewonde militair belandde in het onderduikerskamp waarmee ik deze blog begon, in de bossen bij Lierop. Doucette maakte veel deel uit van expedities tegen de hen omringende Duitsers. Op 19 september 1944 werd er een hinderlaag op touw gezet met een van de Duitsers ontvreemd machinegeweer. En op deze dag ging het fout. Doucette laadde het machinegeweer maar de Duitsers waren sneller. De 22-jarige Amerikaan werd dodelijk getroffen, twee Nederlanders raakten gewond. Die nacht werd Frank Doucette begraven achter de kerk in Lierop en na de oorlog werd zijn lichaam overgebracht naar de Verenigde Staten. In Lierop blijft hij een held, ook 75 jaar na de oorlog.

Terug naar Moorsel

De afstand was 40 kilometer volgens het boekje, het werden er uiteindelijk 51. Het is mooi geweest voor vandaag, ik fiets terug naar mijn auto bij het boscafé. Een prachtige route met opnieuw aangrijpende verhalen, waarvan ik sommige nog niet kende.

Met de 51 kilometer breng ik het totaal nu op 309 kilometer. De volgende route ligt in mijn eigen stad: Helmond.

Comments

  1. Frans Meeuws zegt

    Mooi verhaal Perry. Als aanvulling: Op het Lambertuskerkhof in Someren liggen ook de graven van Driek Driessen, overleden 22 september 1944, die in de verhalen van Sluis 11 vaak naar voren komt, o.a. onderduikers, en van Johannes Gielen, 20 jaar, omgekomen op 11 mei 1940 bij de slag om Sluis 11 doodgeschoten toen hij vluchtte voor de Duitsers.

    • Perry Vermeulen zegt

      Ah, wist ik niet, dank voor de aanvulling! Gek, ik las ergens dat er nog slechts twee oorlogsgraven zijn op dit kerkhof en dat de rest geruimd was. Ik ga nog een keer terug. Dankjewel!

Trackbacks

  1. […] Ik kom nog in Someren binnenkort; dan meer over burgemeesters in oorlogstijd. (Lees hier). […]

  2. […] staken ze het kanaal over, bij sluis 11. Ik schreef er eerder over bij mijn tochten in Asten en Someren. Via Ommel en Deurne rukten de geallieerden op naar Helmond. Via de Deurneseweg kwamen de tanks […]

  3. […] burgemeesters; lees maar hierboven bij Grave en in mijn eerdere blogs over Bakel, Asten, Someren en […]

Speak Your Mind

*